423e bataljon infanterie

Homepage

Dagboek van Cor Scheibeler (deel 2)

 

HET 423 BATALJON IN OOST JAVA.

 

Zondag 13 maart 1949

Nu de Waterman in Soerabaja ligt en wij het schip hebben verlaten en aangekomen zijn in de A A T kazerne, begint een heel nieuw tijdperk, en een heel spannende tijd. Het hele Bataljon 423 groot 800 man heeft nu voet op Indische bodem gezet. Het bataljon is verdeeld in een aantal Compagnieën en die weer in Pelotons. Over ons peloton 3 B zal ik het verder hebben. We zijn met ongeveer 40 man. We kwamen in een hele grote hal van de Kromhoutkazerne, die helemaal vol stond met veldbedden. Boven ons hoofd waren draden gespannen voor onze klamboes. Ons Peloton kreeg daar een stukje van. Nu de klamboe halen en ons geweer. De klamboe ophangen en alles  In orde brengen. Buiten werden een hele rij grote vaten gezet en die werden gevuld met water. Nu kregen we bevel; mannen klaar maken voor het mandiën. Je ondergoed en handdoek klaar leggen en etensblik en zeep meenemen. Nu bevel uitkleden, ja helemaal, mannen onder elkaar en geen flauwe kul. En nu naar buiten je nat gooien, je inzepen en je afspoelen, al dat zout moet er af. Nu aankleden en dan zijn jullie voor de verdere dag vrij. Er kwamen ook al bekenden me opzoeken, één neef die bij de
 A A T is, één bij de marine, en er kwam één neef die me mee nam in de jeep. Het was een heel eind rijden, ik denk 20 km. Ik werd verwend met koffie, limonade en lekker eten. S Avonds bracht hij me weer terug. Wat afstanden hier, daar moeten we ook aan wennen. Nu gauw onder de klamboe en slapen. De volgende dag kwam die neef me weer op halen. Toen we bij hem waren zeiden ze; je krijgt van ons even een sportbroek, doe je kleren maar uit dan kan de baboe het even wassen. Daar liepen we allemaal in sportbroek en bloot boven lijf, het eten en drinken was heerlijk. S Middags was alles schoon, even mandiën en aan kleden. Aangekleed in een gestreken pak liet die neef me Soerabaja zien, ook de achterstandsbuurten. Hij bracht me weer terug op de kazerne. S Avonds kregen we 98 patronen voor zelfverdediging. Zo ging deze dag voorbij.

 

Maandag 14 maart 1949.

S Morgens om 4 uur werden we gewekt. Jongens opbreken en alles in pakken, het veldbed, dat is een houten frame met daarin een zeildoek gespannen wat je in kan klappen. Dat gaat ook mee en de plunjezak en je tas, alles moet mee. Nu eerst eten gaan halen. Plunjezak en veldbed gaan apart in een auto en wij met handbagage en geweer en patroonhouder in de broekzak in een andere auto. Deze bracht ons naar het station naar de trein. De trein zal ons naar onbestemde plaats brengen, 130 km rijden. In de trein waren zwaar bewapende soldaten die ons beschermde. Toen de trein in open veld reed zagen we overal patrouille lopen Ook zagen we op parallelwegen kleine pantser wagens rijden. Het zal wel nodig zijn. Zo kwamen we in Propolingo aan, hier ging de helft in vrachtauto's en wij moesten wachten tot de auto's terug kwamen. Nu was het onze beurt. De colonne was als volgt, eerst een carrier met bren dan onze auto's en weer een gewapende auto er achter. En zo werden we vervoerd naar onze plaats Tanggoelanggin. Een suikerfabriek die door de Japanners onbruikbaar was gemaakt maar de huizen die daar bij hoorden waren nog in goede staat. Hier werden we in een huis gebracht, 14 man op een kamer. De draden waren al aangebracht, zodat we ons veldbed „Tampatje” op konden zetten en de klamboe ophangen Zo kreeg ieder zijn hoekje, niet groot want de afstanden tussen de tampatjes was maar goed 50 cm. Van nu af aan zal ons tampatje mijn beste vriend zijn en mijn geweer mijn beste vriendin, en ik zal haar altijd bij me moet dragen. Ja, we merken nu dat we nog baroes nieuwelingen zijn, we moeten een heleboel leren. De volgende dag kregen we gelegenheid om op orde te komen en te wennen, de thee smaakte heerlijk, want je had dorst. Na het middageten verplicht rust van 2 tot 4uur. Daarna wat brieven schrijven.
Om 7:30 klonk het alarm en gepakt met geweer en patronen naar de stellingen. Daar wachten op orders, het was loos alarm, het was een oefening. .

 

Vrijdag 18 maart

Vrijdag 18 maart 6 uur opstaan en mandiën en de was doen en op het gras leggen„ bleken”. Eten en op appel en deze morgen veel oefenen met het geweer, vlug laden en onderhouden Na verplichte rust, geld op halen en kadi, we ontvingen 10 roepia en 50 sigaretten een stuk kwatta en een stuk zeep.
Het was 6uur; en het begon me daar te regenen, Gauw kleren uit en in de regen mandiën. Zo’n regenbui is gewoon een wolk breuk, het duurde tot 7 uur, toen stond alles blank.  Dan maar lekker gaan slapen. 10 uur werden we gewekt, jongens opstaan de politie post word aangevallen, je gereed maken. Er werd flink geschoten. Daar klonk alarm, we slopen naar onze stellingen maar deze stonden vol water dan er maar naast gaan liggen. Loopt daar een man; met een
sigaret in zijn hand? Nog eens goed kijken, nee het is een vuurvlieg. Na een poosje was het rustig. Later bleek dat de vijand pamfletten op hadden gehangen in de kampong, dat de mensen niets aan ons mochten verkopen.

 

Zaterdag:  19 maart

We moeten eerst onze stellingen verbeteren zodat we niet in het water hoeven te liggen. Na het eten en gedane rust het geweer verzorgen, want vanavond moeten 6 man op wacht bij de politie post om de politie te versterken en ik moet mee op patrouille. De wacht: 2 man staat op wacht en ieder uur worden deze afgelost door de anderen. Zo moet deze 6 man 24 uur op wacht zijn. En wij liepen ieder uur door het kamp, daar deden we een halfuur over, dat deden we de hele nacht. Dan moet je wennen aan al die tropen geluiden, je hoorde padden en een soort hagedis „tjitjak. ”Na de wacht mandiën en lekker slapen

 

Maandag 21 maart.

Zoals iedere morgen eerst vlaggen parade en appel. 11 uur leren patrouille lopen.
 S middags gingen we zwemmen, er was een plaats waar het water werd verzameld om dan verdeeld te worden over het land„ sawa”. Maar één moest de wacht houden bij de wapens. Een andere keer moesten we leren een kali „een water” over te steken. Er werd een lang touw over de kali gespannen en daar moest je aanhangen en de overkant zien te bereiken.
Dat was grote pret.. Verder veel patrouille lopen. De soldaten van Soekarno probeerden ons het leven zo zuur mogelijk te maken, ze hadden ook eten nodig en eisten dat van de burger De mensen in de kampong wilde rust en waren soms blij dat wij de politie hielpen met patrouille lopen. We moesten een keer een kampong zwiepen, dat wil zeggen, we liepen 2 aan 2 in een hele brede linie met een heleboel militairen door de kampong. Alle mannen boven de 14 jaar moesten naar het plein daar werden ze toe gesproken en de raddraaiers er uit gehaald. Onze dag indeling was verder: Kamerwacht, veel post, aardappelen schillen, wachtlopen maar s middags waren we ook wel vrij. We maakten ook mee dat 2 militairen tropen kolder kregen, dat is een rare gewaarwording. Een grote vent die zich als een kind gedraagt. Ook werden we een keer gecontroleerd of je het geweer in bed had, er werden enkele geweren mee genomen die onbewaakt stonden. Deze jongens moesten op rapport komen. We waren nu 22 dagen op deze post geweest.

 

5 April1949.

Op appel werd mede gedeeld dat de staf wordt verplaatst en dat wij mee moeten voor bewaking. Dus opbreken en klaarmaken, plunjezak en tampatje enzovoort. 11 uur warm eten 2 uur vertrekken we en komen aan in Boedoeran, terug richting Soerabaja. Het is een heel groot gebouw waar we in terecht kwamen, wij krijgen een plaats in een zijvleugel. Je hoekje weer inrichten, tampatje, klamboe, kussen deken er op en foto s aan de wand. Wat zit er in die plunjezak? Je wollendeken, ondergoed, sokken, sportbroek, zwembroek, kussen en klamboe en niet te vergeten het goede pak en pyjama. In je tas; etensblik, bestek, mok, schrijfgerei en potje inkt en je toilettas met daar in zeep, scheerzeep scheerapparaat met mesjes En aan je gordel tasjes voor patronen. en je heb ook nog een veldfles en je fototoestel. De volgende dag alles een beetje op orde brengen, per groep kregen we een baboe toe gewezen. Deze ging voor ons de was doen en strijken, maar er was geen strijkijzer, dus geld bij elkaar leggen en een strijkijzer kopen met houtskool. Het is hier een stuk rustiger, we mochten met een groepje zelfs een eindje de weg op lopen. We hebben ook het terrein helemaal schoon gemaakt. En s avonds met de kippen op stok, er was geen licht. En de tijd werd anders gevuld met brieven schrijven.

Als we geen wacht hebben dan werd de tijd gevuld met sport oefeningen en theorie of  patrouille. Op een morgen stonden we 7:30 klaar voor een patrouille. We liepen van kampong naar kampong. Bij ieder dorpshoofd „ Loera”vroegen  we of er nog moeilijkheden waren dan kregen we dikwijls zwarte koffie aangeboden met veel suiker, die kon je niet laten staan Zo leerden we zwarte koffie drinken 11 uur waren we doodmoe terug, het was hier een stuk warmer dan we gewend waren. Een andere keer gingen we s nachts om4 uur op patrouille, het was volle maan en hadden hier meer keren gelopen. Zo kwamen we weer in de kampongs. Een kampong was omzoomd door doornstruiken om wild buiten te houden„ wilde zwijnen” en het had 2 ingangen. Bij zo n ingang brand een vuurtje voor de muggen op afstand te houden. Daar hielden de mannen de wacht, en er hing ook een holle boomstam „Tong-Tong” daar konden ze berichten mee door sturen. Om 6 uur zagen we al vrouwen naar de pasar gaan met hun handel op hun hoofd om het daar te gaan verkopen. S Morgens om 9 uur waren we terug voor dat het warm werd. Nadien heb je meestal vrij om uit te rusten. S Zondags was er meestal een kerkdienst op het kamp Nu we dicht bij Soerabaja zitten mogen erom beurten een paar jongens mee naar Soerabaja. De auto bracht je naar de Marijke club, een opvang gelegenheid voor militairen. Ze hadden daar heerlijk vruchten limonade en je kon er ook eten.

 

 

15 april vrijdag:

 6 uur kwam ik van wacht en om 9 uur gingen we naar het Engelse kerkje in Soerabaja. Eerst een preek en daar na werden er twee jongens gedoopt en daarna nog drie jongens aangenomen. Die aangenomen waren mochten aan tafel Het was een mooie dienst. Met de paasdagen waren we vrij. Er was dan ook een dienst op het kamp. We gingen met een groepje s middags naar Sidoarjo een plaatsje 3 km lopen, daar wat drinken en ik kocht er ook een paar mandie slippers. Terug lieten we ons met pony karretjes terug brengen. Die koste ons per persoon 0,35 Roepia„ geld”. Op een dag werden we weggebracht en moesten we een oefen bivak op gaan zetten, vier palen in de grond en een dak er op voor bescherming.

 

 

WE ZIJN IN NED. INDIË IN BOEDOERAN.

Er komt weer bevel„ opbreken” dat word de derde keer dat we gaan verhuizen. Ik moet mee met een groep om de boel klaar te maken als de rest vanmiddag komt. Bezem schoon maken en draden trekken voor de klamboes. We kwamen weer op een suikerfabriek in een huis  in de plaats Tanggoelanggin.  Weer wat verder van Soerabaja af. Zo als we gewend zijn het tampatje op zetten en een gezellig hoekje maken. Ook de zakdoek met de foto s van het meisje er op gaat ook weer op de muur. Er werd me meegedeeld dat ik van nu af aan oppasser ben van de vaandrig, dat wil zeggen ook een slaapplaats van de vaandrig verzorgen. Om beurten mogen er een paar jongens nog een keer naar Soerabaja, ik mocht ook mee. Ja, even naar Soerabaja, je vergis je hier in de afstanden. Het is er wel veilig om er uit te gaan. Ben toen naar die neef gegaan, ik trof het hij was jarig. Maar 9: 30 ging de auto weer terug. De jongens krijgen geen aardappelen meer, het is nu rijst, en dat gaat steeds beter smaken. S Morgens en s avonds gewoon brood met hagelslag of pindakaas en jam en ook worst uit blik en af en toe een eitje. Bij het brood krijgen we thee en in de loop van de morgen staat er een grote bus, lijkt op een melkbus, met koffie en verder staat er altijd veel koude thee. Bij zware inspanning moet     er  veel gedronken worden, soms wel 5                liter. We zijn nu nieuwelingen af. We gaan nu ook oefenen in het exerceren want we moeten 30 april parade lopen in Soerabaja. En veel wacht lopen. De spoorlijn waar we over zijn gekomen, van af Soerabaja, gaat over bruggen, deze worden bewaakt door de politie om aanslagen te voor komen. Nu moeten w s nachts versterking  leveren bij verschillend bruggen. Ook moeten er militairen mee op de trein voor beveiliging en s nachts versterking bij de gevangenis leveren. Als je s avonds vrij ben en je loopt buiten dan waren er inlanders aan het vliegeren, ze probeerden de vlieger van de ander uit de lucht te halen. Door aan de draad glaspoeder te lijmen, konden ze de tegenstander de draad door schuren. Dat was een prachtig schouwspel. Ook moesten we naar de schietbaan in Soerabaja om ons geweer in te schieten en kijken naar afwijkingen met het schieten

 

 

 

 

28 april

We moeten weer koper poetsen en alles schoon maken voor de parade.

 

 

29 april

5 uur opstaan en 6 uur weg naar Soerabaja voor oefen parade te lopen. Daar aangekomen zagen we het muziekkorps al staan en ook de Mariniers. Na veel wachten en lopen weer terug naar de auto s en terug naar het kamp.12uur waren we weer terug.

 

 

30 april 1949

5 uur opstaan en netjes aangekleed en met wapen naar de auto s die ons weer naar Soerabaja bracht. Ons bataljon 423 werd opgesteld voor inspectie met de Jantjes en de Mariniers en de Marva s de AAT en tot slot de KNIL. De inspectie werd afgenomen door generaal Baai. En de parade zette zich in beweging gevolgd door motorvoertuigen en tanks. De mensen vonden het prachtig. Na afloop kregen we limonade en weer in de auto's. Terug op het kamp had ik kamerwacht bij de officiëren tot s avonds, mijn ogen vielen haast dicht van de slaap. Maar ik kon mooi wat brieven schrijven. Onverwachts mochten we met 3 man met één auto mee naar Soerabaja. 2 Uur ging de auto weg. Daar aangekomen een bezoek brengen aan een bekende bij de Mariniers, daar kregen we een lekker borreltje. Toen naar de bioscoop. Weer terug naar de Marine club, daar hebben we lekker gegeten. Kip met gebakken aardappeltjes en appelmoes en een potje bier er bij en ijs en vruchten toe. En s avonds nog naar de melkbar gegaan, nog een ijsje en limonade met ijs. We waren voor 10 Roepia eens lekker uit geweest. 11 uur vertrok de wagen weer. Ons soldij is 1: Roepia per dag en 0:60 roepia gevaren geld, één roepia is één gulden

 

3 mei

We kregen bericht, morgen opbreken dan gaan we voor de 4 de maal verhuizen. Alles zoveel mogelijk inpakken want we vertrekken vroeg

 

 

4 mei 1949

4 uur opstaan, alles in pakken.
6 uur kwamen de auto s van de AAT en 6:15 vertrokken we. Met 25 vrachtwagens voor de A en B compagnie richting Soerabaja. Vanaf Soerabaja lopen drie grote wegen het binnen land in; de weg waar wij van af kwamen, uit het zuiden, en de tweede weg loopt diep het binnen land in en de derde gaat in westelijke richting. We rijden over een goede weg richting Soerabaja, dan gaat het in westelijk richting het binnenland in naar onbekende bestemming. Onze peloton had drie vrachtwagens tot ons beschikking. Er stonden hekken aan de kant van de wagen, en we zaten op houten banken en geweer tussen je benen nu met patroonhouder in geweer, en de bagage was ook in de wagen.10 uur stopte de wagens, de chauffeurs moesten even rusten en wij konden onze benen strekken. Het ging weer verder, eerst was de weg nog goed maar die werd al maar slechter. We zaten onder het stof en waar brengen ze ons naar toe!

12 uur kwamen we aan in Badat. De chauffeurs kregen eten, wij moesten het doen met ons lunchpakket en veldfles. Ook weer even lopen. Verschillende eenheden verspreiden zich over het gebied  Dan gaat een groot deel weer verder richting Botjonegoro en dan baar Pandangan

2:30 kwamen we aan in Pandangan, hier werd ons peloton overgeladen met bagage op zware trucks van de Mariniers. Wat hangt ons boven ons hoofd. Het gaat steeds verder het binnen land in, al maar hoger. zo kwamen we aan in Banjoe Oerip.

  

BANJOE OERIP

 

 

We zijn aangekomen in Banjoe Oerip, een post overnemen van de Mariniers.We zijn nu aangekomen in Banjoe Oerip: Hier is de BPM aan het boren naar olie.

Dat moeten we gaan bewaken. Het ligt op een uitloper van een lang gerekte heuvelrug, het is een kalk gebergte heel vruchtbaar. Er zijn grote Djati bossen op de heuvel. „Djati hout is Indisch eikenhout”. Van het kamp uit heb je een prachtig uitzicht; hier zullen we veel patrouille moeten lopen. Onze groep werd gelegerd in een schoolgebouw, weer het tampatje op zetten en de klamboe erboven. En dan kan men slapen. Maar nu eerst het bed van de  vaandrig nog verzorgen zodat ook die vannacht kan slapen. Nu eten en mandiën en gauw naar bed, het was een vermoeiende dag. S Nachts werden we van schrik wakker, er vlogen twee mortiergranaten over het schoolgebouw. Was dat ernst of wilden de Mariniers ons de stuipen op ons lijf jagen. Het zijn ruige jongens die Mariniers en ze zijn zwaar bewapend. Wat moeten wij straks met ons geweertje en een paar lichte mitrailleurs

 

5 mei 1949.


We mochten uitslapen mandiën en je hoekje verzorgen. En nu eerst de spullen van de vaandrig verzorgen. S Avonds moest ik op wacht van 6 tot 8 en van 12 tot 2 uur. Je kijkt dan zo het gebied in van waaruit de vijand vandaan komt. Je hebt een heel goed uitzicht. Deze post ligt aan het eind van het kamp. De heuvel loopt hier stijl naar beneden, je klimt er niet zomaar tegen op. Met de Mariniers lopen we onze eerste patrouille om het gebied te verkennen. We liepen 18 km en dan moest je ook nog tegen die berg op, dat viel niet mee. Na 10 dagen vertrokken de Mariniers en moeten we het op eigen kracht gaan doen.

 

12 mei 1949.

                                                                                    Ik zocht mijn spullen bij elkaar en verhuisde naar het huisje van de vaandrig. Het huisje had een grote kamer, daar had de vaandrig zijn bed en bureau en een kast staan. Ook de dienstdoende sergeant sliep in die kamer. Zelf had ik een hoekje in het voorportaal, hier had ik een open kast tot mijn beschikking. Er stond ook een tafel met stoelen Hier moest de tafel gedekt worden voor het eten. Van nu af moest ik zorgen dat alles gebeurd, zoals wassen, strijken, schoonmaken en eten halen. Maar ik hoefde het niet zelf te doen, daar had ik een baboe en een djongos voor. Wel moest ik de dienst gewoon mee draaien. 10 jongens kwamen in een pompstation onderaan de berg bij de oprit naar het kamp, deze moesten zij bewaken. De rest werd gelegerd in een soort garage, het leek meer op een dak op palen met bamboe latten er om. Hier had ook de kok zijn kookhoek, daar kon hij stoken op een hout vuur. Ook de hospik had zijn hoekje in dat gebouw waar hij ons lekker insmeerde met jodium als we last hadden van ringworm. Hij bediende ook de zend apparatuur. Voor dat gebouw was wachtpost 1. Deze werd dag en nacht bemand, er stond een mitrailleur opgesteld. Van hier uit kon je een pad dat naar boven ging goed over zien. Je stond twee uur en dan had je vier uur rust. Hier was drie man mee bezig. Wachtpost 2 deze is alleen s nachts bezet, zij moeten op de dag mee voor bewaking op de auto om foerage te halen. De rest moet op patrouille. Die op patrouille was geweest mocht een nachtje slapen, om uit te rusten. De derde kant van het kamp, de ingang, daar waren huisjes hier woonde personeel van de BPM en ook de bewaking van de BPM. En als er onraad is horen we dat gelijk. De wachtcommandant zorgt voor de aflossing en loopt ook zijn rondje op het terrein. Als de auto foerage gaat halen moet er zeker zes man mee; de chauffeur en de commandant en vier man in het bakkie, bewapend. Soms is het ook een uitje, je kunt dan een boodschap doen in het plaatsje. Er zijn leuke kleine winkeltjes waar je wat kan kopen, fotorolletje, tandpasta en zo. Als de auto geladen is met brood beleg en vlees en rijst en niet vergeten de post dan gaan we terug naar het kamp. Als we terug gaan naar het kamp, dan komen we door een Djati bos. De bomen zijn heel hoog, het lijkt wel of je door een tunnel rijd. Boven je hoofd is soms een hele grote groep met apen, dan dacht ik wel eens schiet nu niet anders laten ze zich op ons vallen. Het zijn er soms wel vijftig. En er is er altijd wel een van ons die een geintje uit wil halen.

Aan gekomen op de post, gaat door de kok het vlees gelijk in kokend water. Dan gaat de kok van het vlees wat lekkers maken bij de rijst. Van het nat wordt een lekker soepje gemaakt. We eten vandaag lekker, rijst met boontjes, lekker heet. En pudding met tutti- frutti toe.

 

Voorval tijdens een fouragetocht

Er viel een schot.-------!     Grote schrik.-----Wat is er Wat is er aan de hand. Wapenx op scherp. De auto rijdt nog een eindje door en stopt .Wat is er gebeurd, die jongen achter de cabine zag een hert en schoot hem dood.

Ja jongens daar kunnen we niet mee thuis komen.  Dat neemt de vaandrig niet. Wat nu, goede raad is duur.  Als we nu eens over zijn kop rijden, dan lijkt het net of we hem hebben dood gereden.  Zo gezegd zo gedaan.  De kok heeft het hert klaar gemaakt, we hebben heerlijk reerug gegeten. En de vaandrig heeft niets gezegd.

 

PATROUILLE

De kant waar we de heuvel op kwamen, daar zouden wij de baas moeten zijn. Maar aan de andere kant van de heuvel rug, daar zijn de TNI, de aanhangers van Soekarno de baas. Daar moeten we geregeld patrouille lopen om ze op afstand te houden. Het zijn soms hele afstanden die we afleggen s morgensvroeg, s middags in de zon en ook s avonds en s nachts Een keer s avonds laat, ik moest ook mee, wist onze informant dat er een vergadering was van belangrijke personen. Wij er op af, er mocht niet gepraat worden en alles zo stil mogelijk. Door een droge kali slopen we naar dat huisje en omsingelde het. We verraste ze volkomen en namen ze mee voor verhoor.

DE WACHT.

Als je op wacht zit, dan is de stille afspraak: je ziet iemand lopen of je hoorde iets wat je niet vertrouwd dan geef je één schot af. Dan blijft ieder op zijn bed liggen, maar is wel wakker, vallen er meer schoten dan staat ieder direct naast zijn bed en broek aan en met wapen en munitie naar zijn post en wacht op verdere orders. Als je s nachts op wacht zit dan luister je naar alle geluiden, een krekel een uil een aap en nog veel meer geluiden. Maar als het stil word dan moet je oppassen. Dan kan er iemand in het boslopen. Het zelfde als je heel in de verte in een kampong een hond hoort blaffen en even later in de volgende kampong ook weer hoort blaffen en dat komt als maar dichter bij dan weet je dat er mensen lopen en moet je goed op letten.

DE DOMINEE EN AALMOEZENIER,

Komen eens in de drie weken op het kamp. Ze moeten al de buitenposten bezoeken. En ook zij moeten met hun jeep toch ook hun gewapende begeleiding krijgen. Als ze op de post komen dan houden ze een kerk- dienst. Je moet je daar niet te veel van voorstellen. De dominee vroeg aan iedereen kom er maar bij zitten ook van andere gezindte. Het zijn er nooit meer als twintig. De wacht en de wachtcommandant kunnen niet en er zijn ook jongens die daar niets voor voelen. Het is meestal gebed, een stukje lezen, een uitleg en de vragen en daarna sluiten met gebed. Tussen door komt de aalmoezenier, deze doet het ook ongeveer op de zelfde manier. Misschien iets uitgebreider. En maar patrouille lopen en op wacht staan. Maar het is gelukkig nogal rustig. Het is leuker als je mee moet, als er auto's van de BPM naar beneden moeten.„ Ook de auto s van de BPM moeten we begeleiden als ze van het kamp af gaan˝ 5 Km naar beneden ligt het plaatsje Tjepoe, daar is de fabriek van de BPM. Daar zijn huizen bij en er is ook een zwembad waar we dan in mogen zwemmen. Ook kan je een kijkje in de fabriek nemen, je ziet dan inlanders achter grote machines staan, echte vaklui. zijn de auto's geladen dan terug naar het kamp. Mag je een keer lekker een nachtje slapen, word je wakker. Wat hoor ik toch al maar? Is een rat bezig mijn zeep te stelen. Gauw mijn zeep in veiligheid brengen. DE VAANDRIG vraagt aan mij:” Cor, kan jij het ondergoed eens uitkoken. Maar hoe doe ik dat? Ik heb toen een oventje gebouwd van stenen, een pan bij de kok gehaald, en water en het wasgoed van drie personen er in. Houtjes er onder en maar stoken, de djongos en de baboe doen de rest.

DE BPM. Op de heuvelrug loopt een smalle weg, daarlangs liggen verschillende boorputten, deze zij afgesloten tijdens de japanse oorlog. Nu zijn ze weer bezig alles weer in bedrijf te zetten. De olie wordt met buizen naar beneden afgevoerd, naar het plaatsje Tjepoe. De olie die men uit de grond  haalt moet van goede kwaliteit zijn.

De oliedieven vinden dat ook. Ze slaan met een drevel net zo lang op de buizen tot ze er een gaatje in hebben en dan tappen ze de olie af Ook daar moeten we soms ’s nachts naar toe. En we moeten ook het personeel bewaken als zede buizen gaan repareren, ze leggen er dan een Klem oom heen zodat het gat weer dicht is.

 

21 mei 1949

Er komt bericht binnen dat op de post PANDANGANG waar wij de foerage halen een ongeluk is gebeurd. Die nacht stond een patrouille klaar om te vertrekken, Toen er een geweergranaat op de grond viel en ontplofte. Een dode en veel lichte en zwaar gewonden. Dan schrik je wel even, ook bij onze jongens. Laten wij proberen goed op elkaar te passen, we willen niemand missen. We hebben elkaar veel te hard nodig.

 

22 mei zondag

Vandaag om 4 uur kerkdienst, Dan in nette pak naar de kerkdienst. Het is toch zondag! Een kerkruimte is er niet, dus gewoon buiten.  

 

24 mei

Tussen alle diensten door moet de WC verzorgd worden. Een groot diep gat graven en het oude dicht gooien. Balken er over en bamboematten er om heen en het is klaar.

Tussen de balken je grote boodschap doen en zand of kalk er over en gauw weg wezen We gebruiken geen papier maar een fles met water om je billen schoon te spoelen, of gelijk gaan mandiën. Bij het huisje van de vaandrig hadden we een eenvoudig hutje met een emmer.

 

27 mei

We moeten met de BPM mee. Er stonden twee vrachtwagens vol met inlanders klaar en wij moesten met onze auto mee. Wat gaat er nu weer gebeuren! Het gaat de weg op over de heuvelrug langs de boorputten. Toen ze stopten moesten we in rondom verdediging. Er stond een stoomketel die weg moest. Hoe krijgen ze die ketel nu op die auto? Het was een heel schouwspel. Eerst rollen onder de ketel, balken tegen de auto, een heel lang touw er aan en de

Inlanders allemaal aan het touw. Dan gaan ze zingen en op het ritme trekken, en daar gaat de ketel de auto op. En daarna konden we weer terug.

Deze avond werd het toch nog gezellig. Een jongen die terug moest omdat zijn vader ziek was had een pakje gestuurd met een heleboel lekkers. Dat hebben we verdeeld.

 

27 mei 1949

Deze nacht zat ik rustig op wacht, word er op de andere post geschoten. Dan zit je even niet lekker. Alle jongens springen gauw uit bed, broek aan en met geweer en patronen en naar buiten. Jongens ga maar gauw weer naar bed, was het bevel van de wachtcommandant. De wacht had iemand zien lopen en had een roffel afgegeven maar nu was er niemand meer te zien. Wel werd de wacht versterkt voor deze nacht.

 

30 mei

Vanavond gingen we op patrouille. We moesten onder langs de bosrand lopen, dat viel niet mee, allemaal takken op het pad en boom wortels Na twee uur lopen gingen we terug. Opeens zagen we een fakkel aankomen, wij stil wachten tot ze dichterbij kwamen. Je kon zien in het licht van de fakkel dat het olie dieven waren. Ze droegen met een pikol over hun schouder, twee bussen met olie. Onze commandant riep„ berhentie” dat betekent stop Maar hij riep te snel, ze lieten de boel op de grond vallen en weg waren ze. De bren gaf nog een roffel af, maar er was niets meer te zien. We hebben de boel nog afgezocht maar niets meer gevonden. De bussen lieten we maar staan, we waren om 12 uur terug.

 

2 juni:

 Ik zou vandaag vrij zijn en wat klusjes rond het huisje verrichten. Maar er kwam een bericht binnen dat de Compagniescommandant, Luitenant van El is overleden. Deze was met het terugkomen van een nachtpatrouille in zijn rug geschoten en op slag dood. Dus moest ik mee met de vaandrig om de Luit te begraven. Hij werd met militaire eer begraven in Tjepoe, „Aan twee kanten van de kist stonden jongens van zijn groep opgesteld” Na toespraak en gebed, werd er een saldo afgegeven en de kist zakte. Nu ligt hij begraven bij de andere jongens. Later zullen de lichamen worden over gebracht naar de grote begraafplaats in Soerabaja.]

Terug op het kamp ben ik aan mijn klusjes begonnen. De drooglijn moest verplaatst worden. Deze stond onder pisang bladeren, de zon kon er niet bij. Langs het huisje liep een eigen waterleiding van de BPM met een aansluiting. En overal lag er materiaal op de grond. Als ik daar nu eens een douche van maakte. En een van de jongens vond dat leuk om me te helpen. Zo werden buizen in elkaar gedraaid, en een buis omhoog, kraan er tussen, bocht er op en nu de douchen? Het werd een sigarettenblikje met gaatjes er in. Er werd gretig gebruik van gemaakt en het werkte goed al was het niet zo’n grote straal. Er was zelfs een bananenplant met rijpe bananen. En dat waren bakbananen. Als de baboe ze klaar maakt zijn ze best lekker.

Als je ’s morgens op wacht zit en je ziet de zon opkomen en de dauw over het land hangt en het is dan ook nog een lekker klimaat, dan zit je te genieten. En van alle kanten die tropen geluiden. Maar dan horen we dat er tachtig man deze kant op komen van de TNI. De vaandrig is gelijk naar Padangang gegaan om versterking te vragen. Troepen met Mortieren, om een tegen aanval in te zetten. Die avond ging ieder die geen dienst had gekleed naar bed.

Al vroeg om 4 uur kwam de versterking, net op tijd. Er werd al geschoten van onder af de berg, de wacht heeft gelijk geantwoord met een flinke roffel met de mitrailleur.

We maakten ons klaar voor de patrouille. In overleg met de versterking, werden er eerst een paar mortier granaten afgevuurd naar beneden. Zo gezegd zo gedaan. Dan zet de patrouille zich in beweging, Onze groep voorop, onze vaandrig had de leiding. Van mij werd verwacht dat ik de vaandrig rugdekking gaf. Mannetje aan mannetje achter elkaar de berg af.

Wij waren in vol tenue. Ze hadden ook dragers gehuurd, deze droegen de munitie. Zo gingen we van kampong naar kampong, De TNI sloegen geregeld op de vlucht, tot we bij de kampong kwamen waar hun het voor het zeggen hadden. Toen kregen we tegenvuur. Dan maar een paar mortiergranaten er op, en dan is het ineens rustig. We zochten de kampong af naar wapen en munitie, maar we vonden niets. We waren een eind van huis en moesten terug. Met en grote bocht gingen we terug. Toen de TNI dat merkten, kregen we vuur, dat werd gelijk beantwoord. We moesten verder, toen begonnen ze te roepen Merdekka- Mardekka, wat betekend vrijheid. Toch maar verder, en ze bleven maar roepen. De jongens werden zo boos, dan maar een paar granaten er naar toe, en het werd rustig. We waren 7 uur onderweg, op een veilige plek even rust. De veldflessen waren leeg, de dragers gingen de klapperboom in voor kokosnoten, dan konden we klappermelk drinken. Om 16 uur waren we terug, we hadden niets gevoeld, maar nu was het goed rusten na 40 km gelopen te hebben bij een hoge temperatuur. Maar als er in de Verenigde Natie over Ned. Indië gesproken wordt dan leeft die vrijheidsstrijd weer op en dan krijg je die tegenstand. Daarom bleven we geregeld grote patrouille lopen, en de TNI opzoeken. En ook met vuurcontact, om de strijders maar op afstand te houden. De mensen in de kampongs in ons gebied zijn erg vriendelijk en willen alleen maar rust en op de sawa werken en rijst verbouwen.

 

15 juni

Ik zat deze nacht op wacht, en de honden blaften al maar, Er moeten mensen onder aan de berg lopen. Je zit dan niet lekker, de jongen die me af kwam lossen vroeg, Cor blijf bij me zitten deze wacht. Dat wil zeggen vier uur wacht en twee uur slapen. 

 

Zondag 19 juni

De vaandrig ging al vroeg met een groepje jongens naar Pandangan naar de Katholieke kerkdienst op het kamp. En als ze terugkomen, brengen ze ook de Dominee mee. Deze komt en een nachtje slapen. Dus een plekje vrij maken op de kamer van de vaandrig.           's Middags om 4uur een kerkdienst bij ons, en ’s avonds liep ik met de dominee mee langs de jongens en de wacht. En aan de etenstafel gezeten op houten banken werd het nog gezellig met limonade gemaakt van siroop. Dan gaat het licht uit, het licht aggregaat stopt er mee. De dominee gaat de volgende dag weer mee als de auto foerage gaat halen

 

Zondag 26 juni

De vrouwen van het personeel van de BPM mochten met de vrachtauto’s mee naar Pandangan om inkopen te doen, en dan konden wij naar de kerkdienst. Daar ontmoete je ook de andere jongens van een andere groep. En dan weer mee met de auto's. De aalmoezenier ging ook mee, die hield ’s middags een dienst op het kamp.

 

2 juli 1949

’s middags om 2uur kwam Guus Jansen op onze post, hij bracht zijn piano mee. De jongens werden bij elkaar getrommeld. En de tijd brak aan, dat we konden genieten van het pianospel. Het waren bekende stukken. Ook hield hij een soort quiz. Daarna een humoristisch einde. Hij moet ons weer op tijd verlaten Van de baboe hoorde ik dat de houtskool haast op was, die ze gebruiken voor het strijkijzer. Dan gaan we dat toch zelf maken, op patrouille hebben we dat zo dikwijls gezien. Zo gezegd zo gedaan. Een open plek achter het huisje gezocht, kleine houtjes opstapelen en daar groene takken uit het bos er op en afdekken met riet. Dan daar alvast wat grond tegen aan, maar van boven open houden. Nu het kleine hout aansteken en als het goed doorbrand dan de berg luchtdicht afdekken met grond. Als het is uitgegloeid dan kan je het gebruiken.

 

 Dinsdag 5 juli 1949

s Morgens 8 uur stonden we weer klaar voor een patrouille. Het zou oppassen worden. Er moet een patinki „ dorpshoofd” gekozen worden en ze hebben ons om hulp gevraagd. Het was geen leuke taak die hem te wachten stond, hij kan zo maar worden ontvoerd door de TNI. Ook kregen we die dag een inenting. De volgende dag had ik toch een beetje koorts toen ik op wacht zat. En tussen de wacht door aan de tafel lekker schrijven in mijn dagboek en brieven schrijven.

 

zondag 10 juli

De kok lag met hoge koorts in bed, daar ze bang waren voor bloedvergiftiging brachten we hem gauw naar Pandagang naar de dokter. Dat is niet zo eenvoudig op een kleine vrachtwagen. De kok op de brancard, aan weerskanten militairen de brancard om hoog houden op hun knieën en gauw naar Pandangan

 

13 juli

Ik hoorde dat de vaandrig was bevorderd tot luitenant, maar er werd niet veel aandacht aan besteed. Want er waren heel andere dingen aan de hand. De TNI was van plan ons aan te vallen. Direct is de Luit met de auto naar beneden gereden om munitie en manschappen te halen.
's Middags werd het duidelijk Er kwamen geregeld troepen van andere posten aan en werden te slapen gelegd. Ik telde 120 man plus een mortier en mortier granaten en draagbaar zend apparatuur. Ook de Compagniescommandant was aanwezig. Ze bespraken de gehele actie die op komst was.

DE ACTIE WEDEN.

Het zal wel met strategie te maken hebben, want het doel was zoveel mogelijk land afpakken van de TNI. zodat ze geen aanspraak konden maken op dat land. Het geheel zal niet risicoloos zijn. Er zal zelf een vliegtuig klaar staan in Soerabaja, om in geval van nood hulp te verlenen. We doken vroeg in bed, maar je lag onrustig in bed.

 

14 juli 1949

3 Uur stonden we naast ons bed, en was het aankleden en eten halen. Dan ging ik de spullen klaar leggen. 100 patronen, bajonet de veldflessen, verbanddoos en het seinpistool met patronen van de luit. Brood zweetvrij in pakken
4 Uur: De militairen gingen zich verzamelen. Onze groep eerst onder leiding van onze Luit, tweede groep onder leiding van de Compagnies Commandant
en daar achter de staf met mortieren en zendapparatuur deze stond in verbinding met Soerabaja. Onderling stonden we ook met elkaar in verbinding. Zo zakten we de berg af, mannetje na mannetje in het donker. Voor de mist was opgetrokken kregen we een bruggenhoofd in zicht. De TNI was niet van plan ons toe te laten en begon te schieten. Dan overleg plegen met de andere groepen. We gooien er twee mortiergranaten op en de bren„ mitrailleur” doet de rest. We vallen van twee kanten de kampong „Weden ”binnen. We wilden niet door de kali, we wilde droge voeten houden, we moeten nog zo veel lopen. Onder dekking van de Bren ging de eerste groep over de brug, over de ligger, het dek was er af, Nu konden ook wij er over. Geregeld werd de Bren naar voren verplaatst terwijl de jongens de kampong „Weden” uit kamden. Tot we bij de andere groep kwamen. Alles was gevlucht op een oud vrouwtje en een kind na. Zo werden nog een paar kampongs doorzocht. Op een rustige plek werd gerust en verbinding gezocht met Soerabaja. Het vliegtuig hoefde niet te komen. We waren 15 km van huis. En toen gingen we naar huis. 6 Uur waren we thuis, eerst drinken en eten. Je viel haast in slaap boven je eten

 

BANJOE- OERIP------MODJEKERTO

 

Zondag 17 Juli 1949

Deze dag kwam de dominee en hield ’s middags een kerkdienst. Dan is het echt zondag. Ook was er tijd om te schrijven. Er gaan steeds meer verhalen rond dat we worden afgelost. Maar de dienst gaat gewoon door. Ook het af en toe uitkoken van het ondergoed gaat prima. Ik heb zelfs nog een tweede keer houtskool gemaakt, dan hoefden we dat niet te kopen. We gaan echt verhuizen, ik ben begonnen al wat spullen uit te zoeken, en al wat in te pakken.

 

Zaterdag 23 Juli

Van de BPM kregen we allemaal één flesje bier, één bus chocoladepasta, twee rollen biscuits en vijftig sigaretten. Dat was bedoelt als afscheid. En er kam een wagen uit Tjepoe met filmapparatuur en ’s avonds werd er een film gedraaid in de buitenlucht. Het was grappig om te zien, de inlanders er bij en wij met ons geweer tussen je benen, met je billen op de grond. De inlanders keken hun ogen uit.

 

 

24 juli

Dan is de dag aangebroken, we gaan voor de vierde keer ons tampatje opbreken. En alles inpakken en klaar zetten. En nu wachten op de aflossing en de auto s van de AAT. Het was pas middags als de Mariniers aan kwamen.

Wat was er aan de hand! De TNI had s nachts twee bruggen vernield. één kon eenvoudig worden gemaakt maar de andere brug kon niet gemaakt worden. Daar konden de auto s niet over. Al de bagage moest lopend, over de brug gedragen worden op onze auto s. De spullen van de Mariniers werden gelost en de spullen van ons op de auto s geladen

Onze Luit droeg alles over aan de Mariniers en wij konden naar beneden naar Pandangan. Zo namen we afscheid van Banjoe Oerip we hadden geluk gehad. We waren nog compleet. In Pandangang kregen we een huis waar we die nacht konden slapen. En ieder uur moest een van ons om beurten de wacht houden voor het huis. Als je op wacht stond, moet je toch weer even terug denken aan al dat patrouille lopen en      aan de TNI, het was kat en muis spel spelen. Zo waren ze weg en zo waren ze weer terug.

 

    

 

 Maandag 25 juli

4:30 Uur uit bed, alles opbreken en eten halen bij de kok. Lunchpakket klaar maken en dan naar de auto s. Na 5 km kwamen we bij de kapotte brug, nu moest alle spullen worden over gedragen. Dat duurde nog al even. En dan wachten op de auto s van de AAT. In die tijd konden wij proberen onze auto door de kali te krijgen en dat viel niet mee. Er moest zelfs een huisje voor worden gesloopt. Maar de kleine vrachtauto moest mee. Daar kwamen de auto s van de AAT en konden we de auto s gaan laden, het ging redelijk snel.

 11:30 uur Is het als de colonne zich in beweging zet. De weg was slecht, hij zat vol met putten en gaten. En wat was het een stof. Doek voor ons mond geknoopt om toch te kunnen ademen. Met een snelheid van 30 km gingen we richting Botjonegoro waar nog andere Compagnies aan zullen sluiten.

12 Uur bereikten we Botjonegoro, hier werd even gerust. Nu kon ik mooi proberen mijn blikje peen met uien en spek, die we hadden mee gekregen op te warmen. Een paar stenen zoeken, houtjes er onder de buitenhelm met water er op, het blikje er in en stoken tot het warm was. Koud kon je het niet eten. Nu naar Badad, hier werd niet gestopt, en dan richting Soerabaja. De weg werd steeds beter, het laatste stuk was zelfs net geasfalteerd. Het ging nu met een snelheid van 50 km per uur. En je keek me ogen uit, de kampongs zagen er hier een stuk mooier uit Dan komen we in Soerabaja aan. Het was geen gezicht, wij vies onder het stof. En wat te denken van militairen die drie maanden geen blanke vrouw meer hebben gezien, en nu al die mooie vrouwen op de straat. We reden naar de Kromhoudkazerne, daar werden de auto s op volgorde gezet. Wij kwamen achter aan de colonne terecht. Het was 5 uur als de stoet zich in beweging zet. Geregeld zullen er groepen af vallen die naar buitenposten gaan. De weg liep langs een brede kali, het was een mooie weg ze konden met een snelheid van 50 km rijden.

Daar was de brug waar we over gingen, en nu waren we in Motjokerto. Een mooie stad, dit werd onze standplaats. We stopten voor een prachtig chinees huis. Gauw de wagens lossen, en de Luit kwam al gauw vertellen, Cor deze kamer is voor ons dus je weet je werk. Dus zorgen dat we kunnen slapen. Maar daar kwam de Sergeant al aan, jongens om de beurten moet er een op wacht. Allemaal een uur. Nu was dat geen straf, want je keek je ogen uit met al die mooie meisjes op de straat.

 

Donderdag 26 juli

Nu alles in gaan richten, dat van de Luit en van me zelf. We hebben een prachtige kamer met tegels op de vloer en beschilderde muur en zelfs glas en lood ramen. En nu dat geweer schoon maken, dat zat onder het stof. Het is hier heel wat warmer dan we gewend waren in Banjoe Oerip.

Proberen van de chocolade pasta met warm water drinken te maken. En dan proberen te gaan slapen want we waren nog heel erg moe. De volgende dag benutten om te schrijven want ik ben achter geraakt en heb een heleboel op te schrijven.

Deze avond moet ik op wacht op de brug post, De politie staat daar op wacht en wij moeten zorgen dat ze niet in slaap vallen. Er konden er een paar gaan slapen en de anderen konden wat lezen en schrijven in het wachthuisje als het rustig was. We bleven tot 6 uur s morgens. Daarna toch maar even slapen. Die middag moest ik mee op patrouille, maar dat was leuk. Het was voor de inlanders Nieuwjaars feest, alles liep in mooie sarongs met prachtige kleuren. En overal waar we kwamen was lekker eten en drinken en zaten soms wel drie kwartier bij een  Petinki „dorpshoofd.” het was er banjak makan „ lekker eten” pisangs en lekkere koekjes en koffie. 's Avonds moest ik op wacht voor het huis. Je mag met een groepje de stad in maar wel gewapend. Er is hier ook een mooie kantine. En ook een bioscoop waar de vogels door het gebouw vliegen. Ook is er een echte kerk.

 

Motjokerto

 

Ons peloton, groot 35 man, verblijft in dit mooie huis. Het moet van een rijke chinees zijn geweest. Op de foto met het tampatje is te zien dat de muur is geschilderd. In deze kamer verbleef de Luit en de Sergeant en mijn persoon Voor het huis loopt een hele mooie weg Er is ook een foto van de brug over de kali. Langs Motjokerto loopt een hele brede Kali. Deze komt van een hele grote vulkaan af zo langs Motjokerto en loopt zo naar Soerabaja en gaat naar zee.

In de moesson tijd is het een kolkend water, maar in de droge tijd is het maar een smal watertje. Overal waar je ook kwam, de waterwerken zijn overal af. Het water dat naar sawa gaat, om daar de sawa’s te bevloeien voor de rijstteelt, word netjes verdeeld. En het overtollige water dat word afgevoerd  neemt alle afval mee naar zee. Motjokerto is een leuk stadje, het was fijn om een boodschap te gaan doen met een groepje. We konden zelfs s avonds wel met een groepje naar de bioscoop. Het was hier zo rustig, het leek wel of hier geen vijand was. Maar we moeten op ons hoede blijven en wachtlopen. Het is hier heel wat warmer, ik ben gauw wat zout tabletten gaan gebruiken want je word zo slap. We hebben een nieuwe taak, op de trein mee voor bewaking. Er was een wagon vol met zandzakken en daar zaten wij tussen met een mitrailleur. Een wagon voor en één achter aan de trein. Je wordt er niet moe van en op ieder station lopen mensen die vruchten te koop aan bieden die we natuurlijk allemaal moeten proeven

 

 

 

11 Augustus 1949

We moeten weer klaar maken voor vertrek. Tussen 12 en 2 uur komen de auto’s ons halen. Nu is er afgekondigd „ STAAKT HET VUREN”In eens is de TNI overal langs de weg aanwezig. Daar komt de sergeant al aan; een, twee, drie, Mannen  aankleden in gevecht kleding en in de Carriers die voor klaar staan. Wat gaan we nu weer beleven! En daar ging het met de carriers door de straten. Er waren opstootjes van de TNI die proberen de bevolking tegen ons op te zetten. Nu moeten we proberen in contact te komen met met de leiding van de TNI en er op wijzen dat wij de baas nog zijn en dat ze terug moeten naar hun schuilplaatsen. In de stad zelf was het rustig maar in de buitenwijken niet. Bij de brug werd er gezwaaid met de rood witte vlag, Uit  de carrier en er naar toe. De commandant van die groep sprong in de houding en salueerde voor ons. Ze vroegen  naar onze commandant om te onderhandelen. Er werd hun verteld dat ze de stad moesten verlaten.

Het bleef nog lang onrustig op straat. Om 5uur mochten we vertrekken naar onze nieuw post. Een half uur later waren we  

 in het plaatsje Balong Bendo, op een kapotte suiker fabriek waar de huizen nog goed van waren. Water en licht is er niet en het begint al donker te worden. Gauw wat brood ophalen bij de kok, eten en dan de tampatjes op zetten.  En  dan proberen de klamboe op te hangen, zo nu kunnen we slapen. Ik kreeg ook nog een pakje in mijn handen gedrukt, Het was van Lien, het meisje, met een heleboel lekkers en een filmrolletje en zeep doos. Op bed hoorde ik dat we 5 uur op moesten staan.

 

 

 

 Vrijdag 12 augustus

5 uur, ieder opstaan en 6 uur op de auto s die ons naar Modjokerto brachten.

In de kantine moesten we wachten op nadere orders De witte auto’s van de Verenigde Natie zien we geregeld voorbij rijden. We hoorden dat de TNI voor 4 uur moet zijn vertrokken anders gaan we ze arresteren. Het werd uitgesteld tot 7 uur. Uiteindelijk gingen we naar huis

 

13 augustus

6 uur waren we weer terug in de kantine in Motjokerto en daar kwamen de orders al. Op de auto’s. Vlak bij een kampong werden we afgezet. De Carriers met mitrailleur sloten de boel af. Het fluitje klonk en ieder wist zijn taak. „zwiepen” 2 aan 2 liepen ze door de kampong zoeken naar TNI soldaten. Zelf bleef ik bij de luitenant die de leiding had, om hem te beschermen. Er was geen TNI te vinden. Dan naar een andere kampong, Daar waren 60 man die we gevangen namen en die we nog een poos bewaakte. 14 uur waren we terug in ons kamp. Nu onze spullen uitpakken en verzorgen ook die van de Luit.’s Avonds kregen we weer orders, morgen 3uur opstaan.

 

 

 Zondag 14 augustus

3

Vertrokken we richting Soerabaja. Daar moesten we ook een kampong zwiepen. Alle mannen moesten mee naar een centraal punt, Maar er waren geen TNI soldaten bij. Dan maar weer terug naar ons kamp. We moeten wel paraat blijven in geval dat het nodig was. Konden we mooi wat brieven schrijven en mijn dagboek bij werken. Ik kreeg er een nieuwe taak bij, s morgens de vlag ophangen en
's avonds weer binnen halen. De volgende dag 10 uur mee naar Motjokerto om foerage te halen en dan kon je mooi een boodschap doen. Verder deze dag vrij.

uur opstaan en klaar maken, 4: 30

 

 

17 augustus

Vandaag is het 4 jarig bestaan van de Republiek. We kregen bericht dat de TNI een parade willen houden in een kampong. Wij er weer op af en zwiepen, maar er was niets te vinden.

 

17 augustus

 Ons peloton wordt verdeeld in verschillende kleine groepen die gaan naar verschillende posten. Wij gaan kijken naar onze post. Eerst de boel schoonvegen en spinnenwebben weg halen en dan spuiten met DDT tegen het ongedierte. De Kepala„ het kampong hoofd ”kreeg opdracht de huisjes schoon te maken. Thuis aangekomen de boel klaar maken voor een verblijf van 4 dagen in Katagan De volgende dag vertrokken we naar ons nieuwe verblijf. De huizen waren netjes schoon gemaakt in opdracht van de Kepala. We hadden al gauw ons plekje gevonden, al was het behelpen. Na het eten, dat aangevoerd wordt uit de gewone post, gaan we op patrouille. Het is een leuke patrouille, Veel kampong hoofden bezoeken en veel koffie drinken. We waren goed bezweet toen we terug kwamen, dan gauw mandiën en in pyjama. Het is gelukkig erg rustig hier. De volgende dag gaan we op de fiets op patrouille, nu kunnen we veel meer kampongs bezoeken en vragen of het rustig is. Maar onze billen zijn het niet gewend. En ’o dat bruggetje zonder planken alleen maar dunne balken en dan met de fiets dat kan mis gaan, maar we trekken de fiets er wel uit. Ook proberen we met de auto op patrouille te gaan maar dat valt niet mee. De wegen zijn er smal en er zijn bruggen waar we niet over kunnen dan moet je terug en omrijden. En ook houden we auto controle.

 

 

 

25 augustus

9 uur gaan we naar kampong Perong, weer zwiepen en iedereen moet naar een bepaald punt waar ze werden toegesproken door de Commandant van Politie en we drinken weer koffie. En 2 uur waren we weer terug.

26 augustus

Vandaag de boel weer opbreken en klaar maken, we gaan weer terug naar Balong Bendo en daar ons tampatje weer opzetten

 

27 augustus

Vandaag ga ik met de foeragewagen mee naar Mortjokerto Om naar de Dokter te gaan. Ik heb de laatste tijd zo’n last van slapte, hoofdpijn en duizeligheid. De dokter nam een spuit en prikte die lekker in mijn billen, zo en nu zal het wel beter gaan, en volgende week terug komen en even lichte dienst doen.

 

28 augustus

op zondag mogen we dikwijls naar de kerk als de dienst dat toelaat. Vandaag gaan we met een groep naar de kerk in Motjokerto. Dan gaan we de kerk binnen, ik zie kerkgangers al kijken. Het is geen vertoning, geweer onder je voeten, mitrailleur in het gangpad patronen op de grond. En zo komen er meer groepen de kerk binnen. Na de kerkdienst naar de kantine, daar hebben ze lekkere flesjes vruchtensap en dan weer terug naar het kamp, we zijn vandaag verder vrij. 

 

2 september

Ik ben nog een keer terug geweest naar de dokter en gaf me weer een spuit in me billen, nu moet het over zijn. En alles gaat gewoon door, wacht en patrouille lopen en op de fietsen. Dan komt er een inlander zeggen dat ze een wildzwijn hebben opgesloten, of wij hem dood wilde schieten. Ze hebben hekel aan zwijnen die wroeten hun akkers om. De Luit; nee, jongens jullie mogen niet schieten. Mogen we gaan kijken, ja natuurlijk! De inlanders hadden met schutten het zwijn opgesloten. Een inlander ging er met de klewang op af. Maar het zwijn nam een run en ging er van door. Hij kwam recht op me af, ik kon me optrekken aan een dakgoot, en hij vloog onder me door. Maar hij beet een inlander in zijn billen.

Toch hebben ze het zwijn weer gauw opgesloten. De Luit die ook was gekomen zei: Cor geef je geweer, en met twee schoten was hij dood. Wij mochten het zwijn hebben en de kok heeft hem lekker klaar gemaakt. En de
 inlander is netjes geholpen aan zijn billen

 
 

15 september

Er kwam een cabaretgezelschap waar we naar toe mochten. Twee vrouwen en vier mannen. Ze kwamen uit België. Die wisten de boel wel te vermaken en vooral de dames met hun korte rokjes hadden veel succes. Ze deden veel leuke scènes

 

16 september

We hadden al eens schrabjes gekregen voor controle voor TBC. Er is toch een TBC geval ontdekt bijeen van de jongens bij een andere groep. We moesten doorgelicht worden in het ziekenhuis in Soerabaja. Na het doorlichten mochten we de stad in en waren we vrij. Wat winkelen en naar de bioscoop dan naar de Marijkeclub om lekker te eten. Biefstuk met gebakken aardappeltjes en pudding toe. En dan weer terug

 

 

17 september;

Onze Luitenant Bervoets werd beëdigd tot Officier in Soerabaja, Dat gaat met veel vertoon. Parade en ook voertuigen De mensen vinden dat prachtig. Zelf heb ik dienst en ben er niet bij.

 

19 september

Deze morgen vroeg stapten we met de gehele de bagage van de Luit en mij zelf in de auto We gaan naar Djamboeng om daar de  situatie te bekijken. Daar is al een post die versterking nodig heeft. Wat is het geval; de TNI heeft versterking gevraagd Er is een Communistische partij die ook rechten op- eist en onrust zaait. Dan met de jeep terug naar Motjokerto om verslag te doen en dan weer terug naar onze post. Om dan de volgende dag met een grote groep naar Djamboeng te gaan en daar een post te versterken. Om de omgeving te verkennen gingen we gelijk met de auto op patrouille en ook gingen we langs bij de TNI voor inlichtingen.

 

 

23 september

Het gehele peloton verhuist naar Perak. De buiten post te midden van de TNI daar moeten we proberen de orde te bewaren. Van vechtsoldaten zijn we nu over geschakeld op politiewerk.

 

 

 

PERAK-----SOEMOBITO 

 

29 september 1949.

We gaan weer eens verhuizen. Alles moet weer worden ingepakt en klaar gemaakt, we gaan naar de nieuwe post SOEMOBITO. Het gaat wel vervelen dat telkens inpakken en versjouwen. Het nieuwe kamp ziet er niet zo goed uit, als het dak nu maar niet lekt. Binnen valt het allemaal wel mee. Er is een binnenplaats achter het pand, hier kan de kok koken. Rond de binnenplaats zijn kleine vertrekjes hierin is ook de mandie ruimte en W C. Het geheel is rondom afgesloten met een hoge muur.En dan toch maar weer op wacht staan en patrouillelopen om de omgeving te verkennen.

 

 

3 oktober 1949;

Ik mag samen met een korporaal een week op vakantie. Met de foeragewagen die ons naar Motjokerto bracht. De auto's vertrekken pas 11 uur, dan nog maar een boodschap doen. Om 11 uur vertrokken 5 auto s met jongens van ons bataljon naar Tretes. We moeten aan de andere kant van een grote vulkaan zijn. Daarom moeten we over Soerabaja rijden, de weg langs Porong waar we voor het eerst waren; en zo naar Trettes. Het is een vakantieoord, het ligt aan de voet van een vulkaan, 300 m hoog. "s  Nachts is het lekker koud. Ons verblijf zijn 2 stapelbedden, daar moeten we het

mee doen, we gaan wel deftig aan een tafeltje eten. Voor de rest zijn we vrij. Er is een groot zwembad bij maar het water is erg koud, het water komt zo van de berg het zwembad in lopen. Wel kon je lekker zonnen op heerlijke ligstoelen De bedden sliepen heerlijk en het eten was prima. Dan de omgeving maar verkennen, maar je kwam niet ver. Het is klimmen en klauteren. Als we nu eens zo n paardje huurde, dan ging dat makkelijker en deze bracht ons bij een waterval met helder water je kon het zo drinken. Ook was er een boer met Hollandse koeien, de koeien werden beschermd tegen de zon en werden ook gedoucht. Hier kon je lekker melk drinken een euro per glas.

 

Zaterdag 8 oktober

Moesten we weer terug en was de pret over, maar we waren er fijn even uit geweest. De auto s kwamen met een nieuwe groep vakantiegangers en wij gingen weer mee terug naar onze posten. Op de post aangekomen was het gelijk druk. Er was een trein op een mijn gereden. Daar was direct een patrouille naar op weg gegaan. En moest ik gelijk op wacht op de brug post. Het is wel een rustige post. 6 man hield 24 uur de wacht om te zorgen dat ze de brug niet vernielden. Er was een hutje bij gebouwd waar we in verbleven en daar was een bamboemat gespannen op palen waar je heerlijk op kon liggen en om de beurten moest je de wacht houden bij de brug Over het treinongeluk; Er loopt een enkel spoor van Soerabaja het binnen land in naar Kediri. Men legde een trekbom onder de rails en als de trein er over rijd trekt men aan een lang touw en ontploft de bom. Dan willen ze proberen de goederen te stelen. En de militairen moeten dat voorkomen. In die trein zat ook een majoor van dienst die altijd op kantoor in Soerabaja was en nu soldij moest gaan betalen bij eenheden van militairen. Deze man heeft doodsangsten uit gestaan. Hij is door een patrouille opgevangen en door de luit verder geholpen naar zijn bestemming. We moesten nu geregeld langs de spoorrails lopen en kijken af er geen bommen onder de rails lagen. Het is erg

heet boven dat grind, dan maar gauw een kampong in en naar de Kepala om koffie te drinken en om af te koelen. Soms zijn we zo ver weg, en dan moet je nog terug. Als de trein langs komt dan kunnen we ook mee liften, dan mindert de trein wel even snelheid

 

19 oktober 1949

De Luit moest naar Modjekerto en ik moest mee. Daar kregen we de boodschap te horen dat we weer gaan verhuizen. Thuis aangekomen ben ik gelijk een hoop in gaan pakken, dat van de Luit en van mij en van de sergeant die in het hospitaal ligt met zijn voetbalknie. Volgende dag 5 uur opstaan en klaar maken. 7 Uur kwamen de auto s, alles op laden en 8 uur vertrokken we naar onze nieuwe bestemming. Eerst naar Motjokerto en dan met een weg die loopt langs de kali „Mantan ”richting de vulkaan het binnen land in. Onderweg nog een kleine aanrijding met een auto die niet goed links reed.

12 uur waren we op onze bestemming. In de plaats Plosso. Weer een kapotte suikerfabriek met een heel groot terrein er omheen, hoe moeten we dat bewaken. Er is een wachtpost bij de ingang van het terrein boven op de dijk van de kali. Je kan de boel goed overzien De kok ziet geen kans om warm eten klaar te maken dus moeten we het vandaag met een boterham doen. We gaan alles maar weer een plekje geven.

 

Zondag 23 oktober 1949

We gaan met een groepje naar de kerk, even 30 km rijden. Die afstanden zijn hier heel gewoon. De volgende dag de gaslamp na kijken want die doet het maar slecht. Ook de levensmiddelen voorraad moet worden nagekeken

 

 

25 oktober

Een kapitein van de T N I komt op bezoek, ze willen graag samen werken met ons. We kunnen merken dat de spanning er af is, we moeten wel patrouille lopen om ons te laten zien dat we nog steeds de baas zijn over het gebied. Maar we lopen ontspannen door het gebied. We gaan ook dikwijls met de Power auto op patrouille, er zit wel een soort mes voor op de auto, als ze soms een ijzerdraad over de weg spannen dan snijd hij deze door.

 

 

 

26 oktober

Ik moet mee met de Luit om een bezoek te gaan brengen bij de TNI. Dat is een hele gewaarwording. Nu sta je bij je gewezen vijand. Er gaan steeds meer geruchten dat er al heel wat troepen terug gaan naar Holland. Je kan het ook aan onze groep merken, er vallen er steeds af. Als er groepen weg gaan dan moeten die plaatsen opgevuld worden. Eén jongen is naar een drumband gegaan en twee naar de militairen politie en ook als chauffeur.

 

7 november

We horen steeds meer berichten dat we half 1950 naar huis gaan, dat is het resultaat van de rond tafel conferentie. We hebben een volleybalnet gekregen, nu gaan we s middags nog al eens volleyballen. Ook gaan we met een paar jongens wel eens fruit kopen op de markt. Bananen en ananas enz.

 

 

10 november

De TNI willen hun doden herdenken dat mogen ze als het maar geen demonstratie wordt. Wij houden de boel goed in de gaten.

11 november

Een jongen is erg ziek hij heeft hoge koorts, hij wordt snel naar het hospitaal gebracht.

 

19 november

Vandaag is de Luit met vakantie, nu heb ik de ruimte. Ik ga een kist laten maken om de spullen in op te slaan en de cadeautjes die ik gekocht heb zo hier en daar. Ons terrein is zo groot om te bewaken. De jongens hebben bordjes van hout gemaakt en daar een bom op beschildert en een doodshoofd en awas, dat betekend kijk uit. De inlanders blijven nu echt wel uit de buurt. De bordjes hebben we in de grond gestoken onder het prikkeldraad De natte moesson is begonnen, in de namiddag kan het een uur heel erg regenen en dan staat de boel helemaal blank. Een uur laten is weer droog en dan is het een heerlijk klimaat. De algehele stemming onder de jongens is niet best. Je kan merken de spanning weg is

 

28 november 1949;

We krijgen een film vanavond. Nu moeten we een kamer donker maken en zorgen dat we daar kunnen zitten. Er komt een auto die een aggregaat mee brengt om stroom op te wekken. Bij ons is geen stroom. Zo krijgen we een gezellige avond, dat breekt de eenzaamheid

29 November

Deze dag krijgen we ons soldij 1.60 per dag. Ook komt ´s avonds de Aalmoezenier een lezing houden over het onderwerp„ Het huwelijk of vrije huwelijk” Dat vulde de gehele avond

 

4 december

Een hele oude man met een baart kwam uit een jeep zo de kantine in lopen, dat bleek Sint-Nicolaas te zijn. Die kwam met zwarte pieten en een heleboel cadeautjes naar ons toe. De commandant sprak de Sint hartelijk toe, het moet toch wel een oude man zijn. Zijn baart wordt zo grijs. We moeten om beurten bij de Sint komen en er werd aandachtig in het boek gekeken. Er waren jongens die de Sint berispend toe sprak en een hand moesten geven en dan krijg je het pakje. De luit moest ook op het matje komen, hij had nog al lange benen volgens de Sint en moest er rekening mee houden dat de jongens niet zulke lange benen hebben. Toen was ik aan de beurt, maar er stond niets in het boek, een hand geven en ik kreeg het pakje. In het pakje zat heel veel lekkers; koekjes, chocoladerepen, Haags hopjes, pepermunt, wat spijkers en knopen en een briefje van waarde. Die kon je inwisselen bij de Chinees dan kreeg je veel Indonesisch geld voor. Kon je wat batik kopen om mee te nemen, straks naar huis. Het thuisfront had goed zijn best gedaan. We krijgen steeds meer berichten dat veel posten worden opgeheven en dat militairen terug gaan naar een kazerne in Motjokerto. Die posten worden overgedragen aan de TNI. Nu is de TNI verantwoordelijk voor zo'n gebied. Maar er zijn groepen die daar gebruik van maken. Het schijnt knap onrustig te zijn hier en daar. Er was weer een trein op een bom gereden, jongens van ons moesten er ook naar toe en ergens anders een auto met militairen op een mijn gereden en toen de hulpdiensten kwamen werden die ook beschoten. Er zijn zelfs slachtoffers bijgevallen. In ons gebied is het rustig. Laat ons maar lekker op deze post zitten

 

14 december 1949

We mogen geen patrouille meer lopen, de TNI soldaten van Soekarno nemen dit over. Wel vernemen we dat ons peloton de meeste patrouille hebben gelopen in vergelijking met andere groepen, dat is toch leuk te horen. 

 

16 december

Dan is het zover, we gaan ook verhuizen. We moeten alles voorbereiden, het prikkeldraad rond het terrein moet worden opgerold bordjes weg. Alle materiaal verzamelt, het moet allemaal mee. Er komen al twee auto´s spullen halen, ook kasten gaan alvast mee.

Verder worden er veel brieven geschreven want het wordt Kerst. Dan één maal op wacht in de vrije natuur, het zal gek zijn als dat over is. Je moet dan terug denken aan al die patrouilles die we gelopen hebben. midden tussen de gewone bevolking, en de nachten opwacht, het was dood stil en dan luisteren naar al die rimboe geluiden.

 

18 december;

De dag is aangebroken, 7 uur opstaan, brood halen en dan klaar maken en de auto s laden. Het valt nog heus niet mee om het op 3 auto´s te krijgen.9 Uur alles staat klaar voor vertrek, nu is het wachten op de TNI die de papieren moeten tekenen. Luitenant Reul is ook aanwezig als getuigen. Wat moesten we toch lachen toen we dat oude T Fortje zagen aankomen met de TNI officieren er in. Er werd gelijk getekend en wij konden vertrekken.

De wagens waren zwaar geladen maar we reden achter elkaar door naar Motjokerto. Daar aangekomen kwamen we terecht in een grote zaal veel te klein voor de gehele groep, we lagen mannetje aan mannetje. De twee Luitenants hadden een apart vertrek. Er was post en ook een pakje, daar kijk je naar uit. Maar ik kon gelijk weer op wacht voor de kazerne.

 

19 december

Na 5 uurtjes geslapen te hebben staat de Luit weer naast mijn bed. Cor we gaan weer verhuizen. Ik kon amper op mijn benen staan en zal maar niet zeggen hoe ik me voelde. Maar de auto komt voor en dan gaan we er weer voor, alles opladen en over brengen. Nu komen we in mooi groot huis te liggen met ons gehele peloton. Het is toch niet zo gek, nu liggen de jongens toch ook wat ruimer en er is zelfs ruimte voor een eigen kantine om ´s avonds bij elkaar te zitten. De Luit en mijn persoon komen in de voorkamer te liggen en hebben lekker de ruimte. Achter het huis is weer een grote ruimte waar de was werd gedaan. We moeten nu ook wachtlopen voor de kazerne en dat vinden we niet leuk. Je moet nog al wat doen voor je op wacht mag. Je moet daar netjes in het gelid lopen met de korporaal van aflossing, de wacht gaan aflossen en dan netjes in gelid staan.

 

25 december

Eerste Kerstdag in de tropen. Daar loop ik dan met geweer op mijn schouders op wacht. Maar het is zo geregeld dat ieder een keer naar de kerk kan gaan. Er zijn meerdere kerkdiensten. Eerst de R K en later de protestanten om 4 Uur stappen we dan naar de kerk. In het kerkje zien we de kaarsjes al branden er is zelfs een kerstboom. Het is een gezellige sfeer in de kerk Onze dominee leidde de dienst. Er was een orde van dienst netjes op papier gedrukt. En het kerstverhaal werd verteld. Ja een hele fijne dienst.

 

26 december

Tweede kerstdag in Motjokerto;

Na de kerkdienst komen we in onze kamers en merken dat de tafels zijn weggehaald voor het Kerst diner. Wel ongezellig, nu kunnen we geen brieven schrijven aan tafel, dan maar op bed gaan schrijven. De jongens gaan volleyballen dan ga ik ook maar mee.

19 Uur is de tijd voor het Kerst diner, het belooft wel wat. Maar 6 jongens moeten toch op wacht. De tafels zijn netjes opgesteld, nu is het wachten op onze gasten. De dominee, de aalmoezenier en de Bat. Commandant met zijn vrouw. En een zanger met begeleiding, we weten dat dure mensen altijd later komen. De dominee neemt de leiding en de aalmoezenier neemt het later over. Ze volgen het programma dat we gekregen hebben. Het is toch indrukwekkend als al die mannen stemmen kerstliederen zingen „Ik kniel bij uwe kribbe neer” en het „Stille nacht” En het kerstverhaal van de dominee. Het werd een maaltijd met veel tussenpozen voor de verhalen en het zingen. Eerst kregen we tomatensoep, heel erg lekker. Dan komt de tweede fase, gebakken aardappelen met een gehaktbal. En de derde fase, pudding met vruchten sap er over. We aten ons buikje rond.

De laatste 30 min moest ik met nog een jongen de wacht even overnemen en miste ik een stukje van de gezelligheid. Maar het was een geslaagde avond waar nog lang over werd na- gepraat.

 

27 december 1949

We horen dat de Nederlandse vlag wordt gestreken en de rood witte vlag, de Indonesië vlag wordt gehesen. Nederlands Indië heet nu Indonesië. In Motjokerto werd van daag een standbeeld onthuld voor hun gesneuvelde soldaten.