423e bataljon infanterie

Homepage

 
Dagboek Cor Scheibeler
deel 1

IN DIENST.   

Uit het dagboek van C. Scheijbeler.

20 juli 1948

We werden opgeroepen voor militaire dienst, en moesten ons 20 juli 1948 melden in de Curt Heijligerskazerne in Bergen op zoom.

Van alle kanten kwamen ze, Zuid-Holland, Brabant en Zeeland. Velen kwamen met de trein aan op het station in Bergen op zoom, daar zagen we al bekende. We worden daar opgewacht en verzameld. En word ons duidelijk gemaakt; van nu af aan word er niet meer gepraat en gedacht. Wij gaan voor jullie denken en je commando’s geven, die je ook heb uit te voeren. Als groep worden we naar de kazerne gebracht.
 Dan lopen we voor het eerst door de poort van de kazerne en dat zal niet de laatste keer zijn.

 

 

 

 

Binnen gekomen, eerst naar het staf kantoor, waar eerst de 'appel' lijst werd gecontroleerd, Hier hoorden we in welke Compagnie je was ingedeeld. Dus naar de ondersteunings Compagnie, en daar de papieren nog eens laten zien. Van de administratie naar de foerier, die ons onze spullen gaf. Het was zoveel dat we het niet konden tillen, met die vracht naar de kamer. We kwamen op kamer 11, twee kamers tegenover elkaar, met ieder met 20 stapel beden. Totaal 40 manschappen.

Wat moet ik met al die spullen! Eerst de beddentijk om de strozak trekken en dan de plunjezak op je bed uitgooien. Wat een berg waar moet ik dat laten. Afijn, eerst het uniform maar aantrekken, want ik zag jongens die het aan trokken en die stonden er niet gek mee, dus ook gauw het pakje aan. Nu het burger pakje maar gauw in de koffer, want dat dragen we niet meer. En van lieverlee kwam alles toch op zijn plek en kan alles toch in de kleine kast. En wat een koper moest er gepoetst worden! O Wat hadden we het toch druk, natuurlijk eerst de pet en de schouder emblemen, want als we soms naar huis mogen dan waren we toch netjes in ons nieuwe pak. Maar we mochten pas na twee weken, het weekend naar huis en dat viel niet mee en dan nog die pokken injectie. Zo verliepen de eerste weken, onze infanterie opleiding van acht weken.

 

 

DE OUDERDAG
VAN REKRUUT TOT SOLDAAT

 

Deze dag ging niet ongemerkt voorbij, smorgens parade met aanwezigheid van de ouders en familie. Waar het muziekkorps ons begeleiden. ’s middags moesten we sporten,  op storm baan werd gedemonstreerd. En alles mocht bezichtigd worden.

 

 

 

 

ONZE CHAUFFEURS OPLEIDING

Nu waren we soldaat en kregen we onze opleiding, eerst 8 weken chauffeur zijn.  Het begint met het droog schakelen en leren begrijpen wat een chauffeur doet en wat er dan gebeurt. En al heel gauw kozen we de weg en moesten we achter het stuur, eerst proberen in zijn één op laten trekken en al vlug verder schakelen naar twee en drie. Zo verliepen de eerste lessen, en dan terug schakelen en draaien op een zand weg. We waren met twee ploegen, de ene ploeg kreeg les over motoren en verkeersregels. De andere groep ging dan autorijden De laatste reis die we maakten met de auto's was het eiland Schouwen en Duiveland rond. Ook een zwerftocht door Noord Brabant.

 

 

 

CARRIER CHAUFFEURS OPLEIDING.


En nu achter het stuur van een carrier. Er waren ook nu weer twee ploegen, de ene ploeg motor theorie, deze groep kon in de pauze naar de kantine koffie gaan drinken, koffie 15 cent
Wilde je er een sprits bij dan koste die 10 cent. En dat alles van 1 gulden per dag soldij, en je moest ook zuinig zijn voor een kaartje voor de trein, je kreeg maar één vrij reizen in de 14 dagen. De anderen groep ging achter het stuur. Ja, het was vreemd voor ons, anders dan het schakelen met een gewone auto. Het schakelen is precies omgedraaid bij een carrier. Het is ook toeren motor, De kleine carrier had een stuur, de grote carrier had twee knuppels, het werkte op de remmen van de rupsen.
Op de weg bij Steenbergen, een betonweg die pas aangelegd was, konden we prachtig oefenen. Het optrekken en terugschakelen voor bochten en hoeken. En hobbelen dat zo'n ding deed als je het niet goed deed!
Onderweg naar de plaats waar we gaan oefenen, was een klein cafeetje, daar gingen we koffie drinken in de pauze. Als we daar aankwamen, kregen we bevel „uitstijgen ” dan moesten we op een model manier uit de carrier. Beide handen de zijkant pakken en hup de benen er over Dat moest allemaal model en netjes gaan, en naast het voertuig staan. En dan wachten op commando dat je weg mocht.
We maakten op de duur hele reizen die een dag duurde Nu kwam het mooiste van de opleiding.
In de carrier, het rijden in het terrein. Op de heide in Woensdrecht, dat was sport. De eerste die moest rijden op de heide, hield zijn gas vast, wij die van achteren zaten, werden door elkaar geschut dat het niet mooi meer was. Nu ging de sergeant het even voor doen, tegen een heuvel op flink gas geven en als je bovenop ben en de carrier in evenwicht kwam dan gas los, dan vangt hij zelf zijn val op. Ook ging het wel eens mis, dan kwamen we vast te zitten, dan was het ploeteren om hem weer los te krijgen, en kwamen we laat terug.
De luit zou het wel eens voor doen hoe je stijl naar beneden gaat, gas los en beneden gas geven, dan trek de motor de carrier zelf weer recht. Doe dat dan maar eens na.
Het ging ook wel eens mis, een jongen trof het minder, hij zat in een carrier die om viel. Deze carrier bleef vast zitten in een put, vlak naast een diepte van drie meter. De commandant stapte uit om het te bekijken, en gaf commando's, voor uit ,achteruit proberen er uit te komen. Hij bleef weg zakken, en dan gaat het mis, hij sloeg om. Een sprong er uit, wat je niet mag doen, dat kan je leven kosten, maar drie zaten er onder. Gauw aan het krikken en graven, twee kwamen er na een half uur onder uit maar Jan kwam er na drie kwartier met twee gebroken benen onder vandaan.

 

Eerste oefening

 

 Luitenant Middelkoop in actie

 

 Model uitstappen

 

 

 Omgeslagen carrier

 

 

INGEDEELD BIJ DE 6 T.P  PANTSER AFWEER GENAAMD „ P.A.G”

  

 

 

 

 

 

 

 

Nu was het vrije leven voorbij als chauffeur op de straat of op de heide. Nu moesten we gewoon dienst doen. Dat beviel ons niets. Maar als we dan met een oefening als chauffeur mee mochten, dan was het goed. ‘s Morgens de carrier klaar maken en dan naar het Markiezenhof stukken op halen.

 

 

Ook zo bij een oefening op de Kreekrakdam in Zeeland. Het doel was Zuid -Beveland afsluiten en al het naderende verkeer te vernietigen. En de „P A G” kwam in actie, door de kracht van de carrier werden de stukken in stelling gebracht. Het toppunt werd bereikt toen er een losse flodder mocht worden afgeschoten, op commando.

 

Het laatste dat we mee maakten was in  Oldebroek, het artillerie schietkamp.

Daar hebben we een paar prachtige dagen gehad dankzij onze luitenant, die het ons zo leuk mogelijk maakte. In plaats van zes uur opstaan nu zeven uur, en dan eerst ochtend gymnastiek en dan wassen.  Dan eten wat prima was.

S morgens les, de tanks en munitie bekijken. Op een dag mochten we met pantser afweer op een tank schieten die in de heide stond. Ook ik heb een patroon af mogen schieten. Het viel niet mee, want het stootte flink op je borst, die luchtdruk. Het gaf ook een flinke vlam. Ook ’s avonds hebben we nog moeten schieten in het donker.

Zo zat onze opleiding er op, een poos vrij, en ons voor bereiden op de reis naar Ned. Indië.

 

 

 

 

 

 

OP WEG NAAR NED. INDIË MET

SS WATERMAN

 

 

 

 

 

Iedereen wil nog afscheid nemen, familie en bekende. We gaan  toch voor een hele lange tijd weg. Onze plicht doen in Ned. Indië Er komen een heleboel vragen op ons af? Hoe zou die zeereis zijn en hoe zou die zeeboot er uit zien waar we met mee moeten. Op de lagere school werd voorgelezen, en op een grote kaart de zeereis uitgebeeld naar Ned.  Indië. De rijke mensen gingen naar de Riviera aan de Middellandse zee op vakantie. Nu gaan we het zien! Engelse kalkrotsen, de berg Gibraltar met zijn aapjes, de middellandse zee, het Suezkanaal. De woestijn en de rode zee. Het lijkt mij het beste om alles maar over je heen te laten komen en het te beleven. Dan is het zo ver. Na het laatste afscheid genomen te hebben, ook van het meisje, en haar trouw heeft beloofd gingen we de trein in op naar Bergen op zoom. 

 

16 februari 1949

HET VERTREK

OP WOENSDAG 16 FEBRUARI 1949

MET HET 423 BATALJON INFANTERIE

 

6uur was de reveille, opstaan. Nu eerst wassen en aankleden en bed en kussensloop inleveren. Eerst konden we nog wel eten want de foerier was er nog niet. 8 uur appel op de appelplaats, alle namen van geheel de Ost Compagnie werden opgenoemd en een ieder riep„ present.” De auto’s voor het vervoer van de plunjezakken stonden al klaar. Nu werd ons opgedragen om de plunjezakken op te halen en in de auto’s te brengen. Verder moest ieder zijn spullen klaar maken, want om

9 uur moet de gehele compagnie in vol tenue aantreden, klaar voor vertrek. Gauw al de tassen vullen, nog even kijken of er niets vergeten is.

Nu de rugzak om hangen, de tas met eten, water en toiletartikelen op de linkerschouder, en het fototoestel over de rechter schouder. Nu afscheid nemen van de kamer en naar beneden want het was inmiddels tijd. Alles was aanwezig, een ieder kreeg 10 sigaretten en een rol zuurtjes, terwijl we nog afscheid namen van bekende. Ook nog even de eerste foto van elkaar nemen. Nu klonk het commando per Peloton„ voorwaarts mars” En de gehele compagnie zette zich in beweging, gebogen onder zijn bagage. Nog één maal zwaaien en het was de laatste groet naar de kazerne. Zo kwamen we aan bij het station. Daar de plunjezakken uit de auto’s halen en aan treden en blijven staan. Wachten duurt lang, naar nu in bijzonder. Ja daar komt de trein en

10:30 uur mochten we het perron op en gauw de aangewezen coupe in en de bagage afleggen, zo dat waren we een poosje kwijt. 11uur de trein zet zich in beweging en de machinist laat de fluit eens extra fluiten tot we Bergen op Zoom uit waren. In Rozendaal stopte de trein een paar minuten om nog even gelegenheid te geven om afscheid te nemen. De trein had een flinke snelheid, en bij verschillende overgangen zagen we politie staan om de boel in de gaten te houden.

12 uur rolde de trein Rotterdam door en langzaam ging hij langs de Van Nelle fabriek zo naar de haven over het marconiplein het haven gebied op, daar stopte de trein. Het was een heel oude trein met houten banken met bagagenetten boven je hoofd. De trein had treeplanken aan de zijkant daarop stond bewaking, M P want niemand mocht de trein verlaten. Er werd geroepen„ Cor, je vader zoekt je ” gauw nog afscheid nemen. Wacht ik haal je moeder even, ook van mijn moeder nog afscheid genomen. Intussen reed de trein langzaam achteruit het haven terrein op en het hek ging dicht.

 

Dan wachten op het commando „ uitstappen ”. Het kwam al gauw en achter elkaar liepen we een hele grote hal in, hier kregen we een kop koffie. We hadden de koffie nog amper op of er werd omgeroepen dat onze Compagnie klaar moest maken voor inschepen. Dus we pakten onze plunjezak op en sloten ons weer aan. O, wat was die plunjezak zwaar! Zo langs de appellijst een eindje verder kregen we 20 sigaretten en een maaltijd kaart, gauw in je zak frommelen.

En zo liepen we de loopplank op en waren we op de SS WATERMAN. Op het schip stond de scheepspolitie die ons naar het ruim leidde. Gauw de plunjezak en al de bagage op je kooi gooien, zo dat zijn we kwijt. Nu naar boven het brood op eten. Om het schip wemelt het van de bootjes de Spido had drukke dienst. Ja, alle ouders, meisjes en familie proberen nog een laatste glimp van hun naaste op te vangen voor dat het schip vertrok. De politie boot hielt de bootjes op een afstand, toch herkende enkele noch bekende. Er werd omgeroepen, dat er over 10 minuten sloepenrol zou zijn. En met 7 stoten op de fluit en één lange, en ieder rende naar beneden om zijn redding gordel op te halen en dan naar zijn aangewezen plaats

Na de inspectie van de staf en de eerste stuurman konden we op een lange stoot op de fluit weer inrukken. Ieder stormde de trappen af en gauw zijn reddingsgordel op zijn kooi gooien, en dan gauw naar boven. Maar dat ging niet zo gemakkelijk tegen de stroom de trap op, maar toch gauw het dek op Binnen kon je nog zo lang zijn Je wilde toch ook alles zien. Het sein wordt gegeven en de kabels gaan los en de 4 sleepboten nemen de kabels over.

 14:30 sein voor vertrek.

Drie stoten op de fluit en de sleepboten beginnen te draaien. Heel zachtjes glijd de boot van de wal. Nu horen we de grote turbine motor zachtjes gaan draaien, en al heel gauw neemt de motor het over. Een stoot op de fluit en de trossen worden los gegooid. Vele bootjes proberen de SS Waterman bij te houden maar dat moeten ze op geven. Zo voer de boot langs het Hoofd in Schiedam. Daar stonden veel mensen te kijken, toch kon ik mijn vader en mijn moeder er uit halen. Het lichtsignaal werkte goed. Overal zag je mensen langs de kant van de waterweg staan. Uit een raam in Vlaardingen zagen we een heel groot laken op en neer gaan, het ging zes tellen op en neer en dan rust, en dan begon het weer, het was een leuk gezicht. Ook nog een spandoek van de C J M V. Maar de mensen aan de kant konden niets zien van ons, het krioelde van de militairen op het dek. Zo voeren we op Hoek van Holland aan, daar lagen grote sleepboten op ons te wachten, en weer roepen en zoeken, van de wal konden we niets meer zien, het werd te donker, wel konden we koplampen van de auto’s zien die knipperden en wenste ons langs deze weg goede vaart. Buiten lag de loodsboot die de loods van boord haalde. En zo koos het stoomschip de WATERMAN de volle zee.

16:30uur. Nu eerst maar gaan eten Het weer was goed, een kalme golfslag dat gaf het schip een kleine beweging, het was wel even wennen. .S Avonds nog even het dek op en dan naar de kooi. Die nacht voeren we langs Dover, er waren jongens die niet konden slapen, die hebben de lichtjes van de stad gezien. Ik lag heerlijk te slapen op mijn zeiltje.

 

 

 

 

 

Nu eerst een uitleg over de SS WATERMAN:

Het is een vrachtschip, gebouwd in 1945 na de oorlog in Engeland. Niet geklonken maar gelast, dat gaat veel sneller. Een vrachtschip heeft verschillende ruimen onder elkaar en er is een opening waardoor ze de vracht laten zakken. In deze opening hebben ze grote stalen trappen gemaakt, zigzag naar beneden, zo de ruimen in. In deze ruimen staan stalen buizen recht over eind. Hier tussen hebben ze zeiltjes gespannen, iedere soldaat een zeiltje, en daar moet hij het maar mee doen. Alles wat je bezat moest er op, alleen je schoenen bleven op de grond. Zo waren er heel wat zeiltjes boven elkaar. En zo werden er 1600 militairen vervoerd. De afzuiging moest zorgen voor frisse lucht, wat altijd niet lukte. Door een waterdichte deur naar achteren, hier waren de douche en de wasbakken en de wc’s Meer naar voren was de keuken en de eet zaal, waar we om de beurten gingen eten. Ook was er een winkel en er was een filmzaal waar de kerkdiensten werden gehouden.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

   

 

DE REIS VERDER AAN BOORD.

17 februari 1949

donderdag morgen, we varen nu in het kanaal, we zijn Dover gepasseerd.

11 uur zagen we aan bakboord het land van Frankrijk, verschillende rotsblokken zien we in zee uitsteken. Een vreemd gezicht voor ons Nederlanders. Zo tuurden we wat naar de kust. De zee begint nu toch wat rumoeriger te worden. Maar tegen de avond begint het gekker te worden, de golven tillen het schip van voren hoog op uit het water om dan met een klap weer in het water te vallen. Ja, velen kregen last van zeeziekte, ook ik begon er last van te krijgen. Ik heb toen gauw die rol met kaakjes opgezocht die ik mee gekregen had van iemand, en dat hielp. Veel droog eten en je maag gevuld houden helpt tegen zeeziekte. Zo naderden we de Golf van Biskaje. Toen we ´s avonds aan dek stonden zagen we een licht signaal aan land, het schip gaf ook een lichtsignaal terug   Een bootsman vertelde dat er een sterke N W te wind wordt verwacht.

 

Kaap St. Vincent

 

 

18 februari 1949

De boot had nu 432 mijl afgelegd, de boot had een geweldige snelheid. Het schip vaart 18 mijl per uur, en één zeemijl is 1856 meter. Hij vaart dan ruim 30 km per uur. We beginnen al aardig zeebenen te krijgen. En op die grote plas, zie je overal bootjes. Je ziet visserbootjes in de verte soms helemaal achter de golven verdwijnen. De zeeboten kan je beter zien, die varen dezelfde zee weg. Die middag rond 2 uur zien we in de verte Spanje. Allemaal bergen die tegen het licht aftekenen aan de horizon. Van lieverlee zien we het beter en we passeren een uitstekende rots. Deze avond werd er een film gedraaid, dat gaf afleiding. Maar na afloop toch even naar het dek nog even kijken. Overal zag je lichtjes van zeeschepen en de vuurtoren. Nu maar naar de ruimen en slapen, het was warm. Ontvingen f 30,-- in boot geld ons soldij waarvan f 10,-- ingehouden voor sigaretten in blik die ze nog gaan kopen in Port Said S morgens om 6 uur werd ik wakker, geregeld ging de misthoorn. Het was zo dampig, dus hadden we slecht zicht. Er was een schip in de buurt gepasseerd. Even later werd er omgeroepen dat de waterkerende deuren weer mochten worden geopend, dus alle veiligheidsmaatregelen waren genomen, dat gaf een veilig gevoel. De boot volgt nu de kust, je kunt zelfs wat huizen zien, en soms een strandje.

Aan stuurboord werd geroepen: „Haaien”, gauw gaan kijken. En wat was te zien, een school dolfijnen die de boot passeerden. Ze schoten uit het water om een eind verder weer weg te duiken. Ook zagen we vliegende visjes, die kwamen uit het water en die zag je gewoon vliegen, soms wel 2 meter, en dan het water weer in. Zo staan we soms uren aan de reling naar het boegwater te kijken, de visjes en de schepen.

Dan passeren we weer een kaap, we varen zo dicht langs de kust dat we de mensen zien zwaaien, we zagen zelfs mensen uit het raam zwaaien. We zien nu de bergen en het strand veel beter en het lijkt wel of we vee zien grazen.

De jongens die uit Kethel kwamen, vroegen of ik mee wilde doen om een telegram te verzenden naar onze ouders. Dat kon via de Nederlandse Strijdkrachten. Het werd verstuurd.

„Groeten ouders , meisjes en verloofden familie ”het koste ons met elkaar f 3,15.

12Uur ’s nachts passeerden we de grote rots van Gibraltar. In de straat van Gibraltar zag je aan alle bij de kanten een zee van lichtjes. Je kon de vorm van de berg goed zien. Maar foto’s maken was er niet bij en de aapjes zien is er ook niet bij Wat zien we daar, er worden lichtsignalen gegeven van de grote rots en het schip antwoorden terug. Zo zien we de laatste lichtjes verdwijnen.

 

 

 

Zondag 20 februari 1949,

de dag der dagen, maar deze zal ongemerkt voorbij gaan.

Want mijn taak was aardappelen schillen van 10 tot 12 uur, ja het eten moet ook gewoon door gaan. Zo heeft iedere groep zijn taak aan boord, een groep moet het ruim schoon maken, in die tijd moet ieder het ruim verlaten. Dan ben ik aan het aardappelen schillen. Om ons heen zien we niets als water, en het is koud en winderig, ook al varen we in de Middellandse zee, dat verwacht je niet. Maar 6 uur zien we weer land aan bakboord. Het is Afrika, maar anders dan we gedacht hadden, we zien geen woestijn maar bergen en rotsen.

We voeren langs de kust, maar het weer werkte niet mee je kunt weinig zien. S avonds om 11uur passeerde we Algiers. Een flinke grote stad gelegen tegen een heuvel. De duizenden lichtjes tegen de berg gaven ons een prachtig beeld. We blijven de kust volgen, maar het weer blijft wazig. Af en toe kunnen we zand zien en dan weer bergen. We naderen het land Tunis. Nu konden we op de bergen groen zien en een beekje dat op zee uitliep. Nu zien we ook witte huizen.

 

 

 

’s nachts 22 februari

 om 4uur is de Waterman tussen Tunis en Sicilië door gevaren, en nu zullen we 2 dagen geen land meer zien. Dit geeft niet veel afleiding voor de jongens daarom zie je de jongens overal schrijven, op de grond en op het bed en je kon ook naar de eetzaal. Straks komen we aan wal dan kan de post weg. Ik had niet verwacht dat het zoo koud zou zijn op de Middellandse zee.

 

 

 

24 februari donderdag

De ochtend begon gewoon, 6uur opstaan, wassen aankleden eten en naar boven op het dek. 8 uur appel. En dan 9 uur begon mijn taak, met 29 anderen jongens aardappelen schillen. We spraken af, jongens opschieten we moeten vroeg klaar zijn voor we in Port Said aan komen. Dan willen we alles wel zien. Het liedje klonk door de luidspreker, een mededeling, Jongens aan bakboord zal de Volendam passeren. Het is een Hollands schip dat boeren weg is wezen brengen naar Australië De kapitein liet de Hollandse vlag hijsen als teken van herkenning. Op de Volendam zagen we niets. Nu gaf de kapitein drie stoten op de fluit als groet Maar er kwam geen antwoord, toen had je de jongens eens moeten horen. Het schip was schijnbaar leeg. Na twee dagen varen zagen we weer kust. Het was ongeveer 10 uur en het was ook gelijk Port Said. Het schip ging voor anker, eerst wachten op de loods. Wij waren klaar met het aardappelen schillen en dan gauw kijken. En ineens zag je overal Egyptische militairen aan boord, want er mogen geen foto’s genomen worden. Maar de loods is ook aan boord gekomen. Het anker wordt gelicht en de motor gaat draaien en het schip glijd langzaam tussen de pieren door. Pieren! Grote brokken steen in het water gegooid. Ja, er stond ook nog een kanon op. De Waterman was nog niet op zijn plaats in de haven of het krioelde al van de bootjes. Er werd omgeroepen dat er geen sigaretten mochten worden verhandeld. En dan begon de handel in gebroken Nederlands. Maar wat ik niet verwachte het ging allemaal eerlijk.

De bootjes komen langszij en gooien een lang touw naar boven en dan moet jij dat pakken. Aan dat touw zit een mandje, dat hijs je dan op en dan doe je daar je geld in en laat je het zakken en dan krijg je het gekochte en je wissel geld terug. De militairen letten goed op of het goed gaat. Je kunt in Nederlands geld betalen en dan krijg het je in Nederlands geld terug. Wat is te koop: sinaasappelen 10 voor F 1 ,- , 12 bananen voor F 1 ,-- ook olienoten Een grote boodschappen tas voor F. 10, - .Een handtasje F 5,- Een mooie schrijf map voor F10,- Maar je moet wel eerst goed onderhandelen. In die tijd genoten we wel van al die handel. Terwijl we daar lagen werd de boot voorzien van drinkwater, olie er werd van alles ingeladen, groente, fruiten en noch veel meer. De hofmeester is voor ons sigaretten wezen kopen van de centen die ze ingehouden hebben.

Er kwam ook nog een goochelaar aan boord. Die heeft voor iedere groep een voorstelling gegeven. O wat was die vlug, hij maakte van één kuiken twee kuikens. En nog veel meer. De boot lag van 11 uur v m tot 11 uur in de avond. Van uit de haven voer de boot in colonne weg en konden we wat van stad zien, een Europese wijk. Gele huizen en palmbomen en een reclame dat je zag. Coca Cola en nog veel meer. Langzaam voeren de schepen midden door de stad, we zagen zelfs fietsen en auto s in de straten. En nu maar gauw wassen en naar bed, het was een vermoeiende dag geweest.

 

 

 

Vrijdag 25 februari.

Toen we op stonden om 6 uur gauw naar boven, je wilde toch alles zien. We voeren nu in het Suez kanaal, het is niet zo breed, een gegraven kanaal, de oevers versterkt en verhard. Daarom voeren de boten heel erg langzaam. Deze nacht had het konvooi 4uur stil gelegen op een meer om een tegemoet komend konvooi te laten passeren. Er liggen verschillende meren, hier tussen hebben ze die kanalen gegraven zodat je nu die doorvaart heb. Aan bakboord links was het allemaal zand wat je zag, de woestijn. Aan stuurboord rechts was het allemaal groen, je zag akkers, palmbomen en liep een spoorlijn en een weg. Er reden veel Engelse militaire voertuigen over die weg. We zagen ook een Engels vliegveld en een legerkamp. Zo was er veel te zien. En koud dat het was, een ware woestijn storm, je stond met je kraag omhoog en te rillen op je benen. Maar je wilde het toch allemaal zien. Het volgende meer weer stoppen, daar kwam het volgende konvooi al aan, het eerst schip was de Johan van Oldenbarnevelt een passagiersschip. De groet werd normaal gebracht. Het laatste schip was De Zuiderkruis, er waren enkel wat vrouwen aan boord, geen militairen. Ik keek naar voren en daar werd het helemaal zwart, een regenbui? Later bleek het een grote berg te zijn, dat had ik nog nooit gezien. Daar kwam de stad Suez in zicht, een grote haven en daar achter een grote stad. We passeerden ook een Europese wijk met prachtige gele huizen en palm bomen. De loods ging van boord en konden we verder varen Nu keken we tegen de Bijbelse berg de Sinai aan een hele grote berg. En er lag al weer een groot konvooi te wachten. Nu konden we in de luwte van de berg de zon goed voelen Nu varen we in de Rode Zee. De wind is gaan liggen en het zonnetje doet goed zijn best. Ieder kon nu weer zijn eigen gang gaan.

Weer om 6 uur opstaan, wassen en gaan eten. Van morgen pudding, brood met boter en als beleg een stuk rook worst. Er was ook nog jam bij, die gaan we dan maar in de pap doen. Na het eten mogen we niet meer in het ruim, deze moet grondig worden schoon gemaakt. Wij moeten weer aardappelen schillen.12uur is met middageten. Het was van middag aardappelen met bruine bonen en daar over gebakken stukjes spek en een appel toe. Het smaakte prima. Nu een poosje slapen tot 2:30, want dan kregen we seksuele voorlichting van de dokter en voorlichting over geslachtsziekten. Dat werd begeleid met een film. Nu weten we gelijk wat je te wachten staat. Nu scheren, wassen en de was doen. Dat gaat al volgt: in het ruim je boven kleding uit en sportbroek aan. Nu naar de douchen ruimte, je ondergoed laat je maar gelijk op de grond vallen dan kan het gelijk weken. Je douchen met zout water en zoutwaterzeep. Dan aankleden en de was doen in de wasbak. En dan proberen het te laten drogen, het best gaat het als je het ophangt op dek dan is het zo droog. Van avond kregen we onze 464 sigaretten die we te goed hadden van ons ingehouden geld. Vannacht passeren we de Kreeftskeerkring     23½° N B.

 

 

 

27 februari 1949 zondag.

De grote dag is aangebroken, we kregen onze tropen kleding. En ieder liep in Zondagse pak. 10uur kreeg ik gelegenheid om naar de kerk te gaan. Het was een fijne dienst en het was een fijne dag.

 

 

 

28 februari. Maandag.

Het is weer warm, het is hier ook de warmste plek van de reis. 12uur passeren we een eilandengroep De Twaalf apostelen. En 3uur naderen we Djibouti De plaats waar we voor de laatste keer olie en water bunkeren. We zagen de stad helder in het zonnetje liggen. En zo varen we naar de laadplaats, waar zwarte mannen op het dek slepen met zware slangen en deze aan sluiten op het schip .Nu komen ook enkele bootjes op de Waterman af. Maar ze nemen geen Nederlands geld aan, alleen maar dollars. ’s avonds om 11uur vertrokken we weer. De volgende dag niets ander als water, Nu moeten de Europese kleren worden ingeleverd, overjas en overhemd met wollen das en het leger tenue Als ontspanning werd er deze avond een film gedraaid

 

 

 

Woensdag 2 maart

We zien nog een paar eilandjes en dan gaan we De Indische-Oceaan op, van nu af zullen we 5 dagen geen land meer zien. Er worden zeilen over het dek gespannen zodat we uit de zon kunnen zitten met ons billen op dek. Nu zien we niets anders als water vliegende visjes en dolfijnen en we zagen ook een vin van een grote haai of een walvis, mar hij was weer zo weg. We passeren in volle zee een troepentransport schip De Kote Inte vol met militairen, deze was 5 dagen eerder dan de onze vertrokken. De Waterman moet toch wel een snel schip zijn.

 

 

 

8 maart.


Nu zien we vissersbootjes, dan moet er land in de buurt zijn. En ja hoor er komt een eiland in zicht, het eiland Ceylon. We varen nu regelrecht op Saba af het eerste stukje Ned. Indië. Er staat ons een feest te wachten. Ze hebben geld op gehaald voor de kinderen op het eiland, ook moet een ploeg van ons voetballen tegen een ploeg van het eiland. Dat schijnt de gewoonte te zijn als er schepen aanleggen. Dan zien we de grote baai en zien we Saba  liggen en heel veel bomen en groen. Zachtjes glijd het schip naar de eenvoudige houten steiger waar we afmeren. We hadden nu 20 dagen gevaren, maar we zijn er nog niet, we zullen nog zeker 4 dagen moeten varen om in Soerabaja te komen. Daar gaan we aan wal.

Nu de Waterman was afgemeerd en de trossen zijn vast gemaakt Nu kunnen we meer zien. De kinderen komen al aangerend, ook staan er 25 matrozen op de eenvoudige steiger. Er werd geroepen: „zijn er nog Zeeuwen aan boord” daar kwam goed antwoord op met tientallen stemmen. Dat was even ontroerend. Om 6:30 mochten we met groepjes van 25 man en een kaderlid van boord. We zagen allemaal kleine winkeltjes, het leek meer op afdakjes, ze verkochten allerlei spullen, veel fruit, bananen kokosnoten enzovoort. Voor 50 cent kreeg je een heleboel vruchten. Voor f 10, - Nederlands-geld kreeg je 17:50 Indisch geld om wat te kopen. We keken onze ogen uit, de kinderen zagen er keurig uit en de ouders waren ook netjes gekleed, ze liepen in een soort pakje, een jasje en broek in verschillende kleuren. Ons kaderlid zei; kom jongens je hebben nu lang genoeg stil moeten zitten op dat schip nu gaan we een eind lopen. De natuur was prachtig, we zagen palmbomen en bananen planten en overal hoorde je allerlei geluiden ook van krekels. Ook kregen we een stortbui op ons, we waren gelijk door nat. Maar voor dat we weer terug waren was alles weer droog. En doodmoe gingen we aan boord, eerst wat drinken en dan slapen.

 

 

 

Woensdag 9 Maart1949.

Nu varen we in de straat van Malakka, we zien geregeld baaien en land opduiken. We moeten vandaag ons boordgeld in leveren daar krijgen we Indonesisch geld, roepia's, voor terug. Het is niet erg want we krijgen aan boord van alles.

 

 

 

Donderdag 10 maart.

We moeten vroeg op staan, om 4uur moeten we aardappelen schillen. Het moet vroeg klaar zijn want Neptunus komt aan boord. Op het dek van de Waterman was met zeildoek een zwembad gemaakt. De kapitein heette Neptunus van harte welkom op het schip. Nu werden de namen opgeroepen. Het was de dominee die bij Neptunus moest komen, en die werd eens goed ingezeept met een mengsel van scheerzeep, pap, jam en eieren enzovoort en dan het zwembad in. Zo volgde de dokter en nog enkele onderofficieren en enkele militairen. Ook ging er een aan de schandpaal en de bootsman zorgde wel dat we allemaal nat werden.

 

 

 

Vrijdag 11 maart.

S Middags kregen we appel en werden de diploma’s van Neptunus uitgereikt. Die avond kregen we noch een gezellige avond aangeboden. Daarna de dagsluiting. De laatste op de Waterman en dan gauw naar de kooi.

 

 

 

 

Zaterdag 12 maart 1949.


We zijn nu 20 dagen met de boot onderweg. We hoefde niet uit bed om aardappelen te schillen, maar toch stond ik om 5 uur op om onder de zoutwaterdouche te gaan en dan aankleden en op het dek gaan kijken. Nu minderde de boot snelheid, hij was bij de kust van Java gekomen. Langzaam schoof het schip langs het lichtschip en daar kwam ook de loods vandaan. Nu voer het schip tussen het vaste land van Java en het eiland Madoera zo naar Soerabaja. En dan komt de haven in zicht en zien we waar we aan gaan leggen Het ging langzaam maar de boot kwam op zijn plaats. Het muziekkorps van de mariniers stond al op de kade op ons te wachten. Nu brak de tijd van ontschepen aan. Ieder moest naar beneden om zijn spullen in te pakken en commando afwachten. Nu was het onze buurt en achterelkaar liepen we de loopplank af. Daar was het aantreden in de loods en wachten op auto’ s die ons weg zouden brengen naar de Kromhout Kazerne van de A A T. We kregen sigaretten, limonade en chocolade.